Een lach op een feestje is vanzelfsprekend, een zucht op kantoor soms ongemakkelijk en een gil in de trein al snel vreemd. We maken voortdurend emotionele geluiden, maar blijken ons daarbij te houden aan allerlei ongeschreven sociale regels.
Het onderzoek van sociaal psycholoog Roza Kamiloğlu brengt voor het eerst in kaart hoe die regels er in het dagelijks leven uitzien.
Kamiloğlu volgde een week lang mensen in Nederland en verzamelde bijna 4.000 voorbeelden van lachen, zuchten, gillen, kreunen, grommen, hijgen en andere geluiden. De deelnemers kregen drie keer per dag een bericht met vragen over waar ze waren, met wie ze waren, hoe de situatie voelde en welke geluiden ze zelf of anderen het afgelopen halfuur hadden gemaakt. Ook beoordeelden ze hoe acceptabel zo'n geluid in die situatie zou zijn voor de meeste mensen.
Lachen blijkt veruit het meest geaccepteerde geluid
Lachen komt vooral voor in gezelschap van vrienden en familie en wordt daar ook het meest passend gevonden. Maar er is een opvallende uitzondering: wanneer er een duidelijke hiërarchie is, bijvoorbeeld tussen werknemer en leidinggevende, wordt lachen minder acceptabel gevonden.
Bij zuchten ziet Kamiloğlu juist het tegenovergestelde. Een zucht wordt het meest geaccepteerd wanneer iemand alleen is. Toch werden zuchten relatief vaak gemeld op het werk en in het gezelschap van collega's - juist op plekken waar ze minder passend worden gevonden. Dat kan erop wijzen dat sociale normen niet altijd opgewassen zijn tegen stress: soms zuchten we gewoon, ook als de situatie daar volgens de ongeschreven regels niet om vraagt.
“Ook een gil heeft niet altijd dezelfde betekenis. Gillen en kokhalzen worden over het algemeen het minst acceptabel gevonden, maar in een energieke, positieve omgeving wordt een gil juist makkelijker geaccepteerd. Een gil op een feestje kan enthousiasme uitdrukken en hoeft dus helemaal geen alarmsignaal te zijn,” aldus Kamiloğlu.
De omgeving speelt een duidelijke rol
Thuis, op feestjes en met goede vrienden of familie zijn mensen het meest tolerant. Op het werk, in de bibliotheek, in het openbaar vervoer en tussen onbekenden ligt de drempel hoger. Vooral formaliteit en machtsverschillen beperken de ruimte voor emotionele geluiden.
Toch blijkt vooral het soort geluid zelf bepalend voor de vraag of het sociaal acceptabel wordt gevonden. Kamiloğlu laat daarmee zien dat communicatie veel verder gaat dan woorden. Een lach, zucht of gil heeft niet alleen een emotionele, maar ook een sociale betekenis.
Het onderzoek is onderdeel van het NWO Veni-project van Kamiloğlu. Een volgende stap is onderzoeken of deze ongeschreven regels ook in andere culturen gelden. Daarvoor zal Kamiloğlu de vocale uitingsregels in verschillende landen met elkaar vergelijken.