Dat blijkt uit het onderzoek Politiegeweld begrepen: Een kwantitatieve analyse van geweld door politieambtenaren in 2019-2023 van de Politieacademie en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Het onderzoek is gedaan door Bas Mali, wetenschappelijk onderzoeker bij de afdeling Kennis en Onderzoek van de Politieacademie en Jaap Timmer politiesocioloog aan de VU, die sinds 1993 onderzoek doet naar vraagstukken van gevaar en geweld in politiewerk.
De politie is bevoegd om indien nodig geweld te gebruiken en dat wordt door pers, publiek en politiek op de voet gevolgd. Sinds een aantal jaren biedt de politie jaarlijks cijfermatig inzicht in de toepassing van geweld in de politietaak. Het onderzoek Politiegeweld begrepen geeft nadere duiding aan die cijfers over de periode 2019-2023, aan de ontwikkelingen binnen die cijfers en aan de achtergronden daarvan.
Nadere duiding
Sinds de invoering van de stelselherziening geweldaanwending is het melden, registreren, beoordelen en verantwoorden van politiegeweld landelijk uniform ingericht. Daardoor is er een duidelijker beeld ontstaan. Maar dit leidt ook tot vragen over de betekenis van stijgende of dalende aantallen, de verschillen tussen politieonderdelen en de mate waarin de politieorganisatie leert van het geweldgebruik. De toename van het politiegeweld blijkt deels samen te gaan met een groter aantal agenten dat per jaar geweld meldt. Een belangrijk deel van de gestegen aantallen moet daarom worden begrepen als een registratie-effect: sinds 2019 krijgt de politie meer en beter zicht op het eigen geweldgebruik.
Daarnaast verandert het politiewerk op straat. Zo gaat een steeds groter aandeel van alle aanhoudingen gepaard met geweld. Vooral incidenten waarbij sprake is van verzet, belediging, dreiging of geweld van burgers tegen politieambtenaren laten een verhoogde kans op politiegeweld zien. Terwijl ook incidenten met onbegrepen gedrag zich steeds vaker voordoen, waarbij ook de kans op politiegeweld is toegenomen. In ruim een op de drie incidenten met politiegeweld is sprake van een persoon met onbegrepen gedrag.
Aard van het politiegeweld
Wat betreft de aard van het politiegeweld blijft fysiek geweld het meest voorkomen. Wel maakt fysiek geweld geleidelijk plaats voor het gebruik van geweldmiddelen. Daarbij valt op dat de categorie “anders” sinds 2019 meer dan verdubbeld is. Dit onderzoek laat zien dat deze categorie grotendeels gaat om op geweld tegen zaken, zoals ramen, deuren en dieren. Ook dat wijst op een registratie-effect: handelingen die agenten voorheen zelden als geweld meldden, worden nu vaker en consistenter geadministreerd.
Afhandeling geweldmeldingen
Vanaf 2019 is het proces van melden, registreren en beoordelen van politiegeweld landelijk geüniformeerd. Geweld wordt gemeld aan de hulpofficier van justitie (hOvJ). De hOvJ maakt hiervan een geweldregistratie als er sprake is van meer dan gering letsel, er een vuurwapen is gebruikt of als het geweld naar het oordeel van de hOvJ aanleiding extra aandacht behoeft. De overige gevallen worden vastgelegd in een eenvoudiger geweldmutatie. De politiechef beoordeelt het geweld uit elke geweldregistratie, daarbij geadviseerd door de Commissie Geweldsaanwending.
Dit onderzoek laat zien dat dit interne proces van registratie en beoordeling verbeteringen behoeft. Geweldrapportages bevatten vrijwel geen informatie over het veroorzaakte letsel. Ook wordt een substantieel deel van de geweldregistraties niet (tijdig) in behandeling genomen. Dit beperkt de mogelijkheden om betrouwbare analyses te maken en om van geweld te leren. Dat is jammer omdat in 2024 19,5% van de geweldregistraties gedeeltelijk of geheel negatief is beoordeeld; dit was in 2019 nog 9,4%. Naast het verantwoorden, is een doel van dit interne proces dat de politie leert van de geweldpraktijk en daar komt dus onvoldoende van terecht.