Het onderzoek, uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid, geeft inzicht in hoe deze gespecialiseerde teams functioneren binnen het politiewerk bij verhoogde risico’s en levensbedreigende situaties.
De studie Aanhoudend Dienstbaar laat zien dat er behoefte is aan heldere, eenduidige richtlijnen voor de inzet, uitrusting, training en aansturing van OG’s en AOT’s. Ondanks de overeenkomsten in taken blijken er belangrijke verschillen te bestaan in hoe de inzet van de teams wordt aangevraagd, beoordeeld en geëvalueerd. Ook verschillen de werkwijzen, bevoegdheden en de operationele aansturing.
Op basis van vragenlijsten onder meer dan 500 politiemedewerkers en vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, ruim 60 interviews, analyses van duizenden inzetten, documentanalyses en observaties van daadwerkelijke inzetten, concluderen de onderzoekers dat er kansen liggen voor betere afstemming, transparantie en verantwoording. Jaarlijks worden OG’s en AOT’s ingezet bij circa 3.000 aanhoudingen, waarbij eenduidigheid in aansturing essentieel is voor veiligheid en legitimiteit.
De onderzoekers doen concrete aanbevelingen, waaronder het ontwikkelen van een integrale visie op deze specialistische teams, vertaald naar duidelijke wet- en regelgeving. Ook pleiten zij voor de inrichting van een centraal loket voor besluitvorming over inzet, training, bewapening en uitrusting van deze teams.
Onderzoeksleider politiesocioloog Jaap Timmer van de Vrije Universiteit Amsterdam: “Met dit onderzoek wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de professionalisering van risicovolle politietaken en het versterken van het maatschappelijk vertrouwen in het politieoptreden.”