Veel kinderen met aandachts- en gedragsmoeilijkheden wachten lang op hulp, terwijl zij vaak eerder passende ondersteuning kunnen krijgen. Hoogleraar Klinische Neuropsychologie Marjolein Luman pleit er in haar oratie voor om kinderen niet onnodig lang te laten wachten op een diagnostisch traject, maar eerder passende hulp te bieden via de school, wijkteams, huisartsenpraktijk of door de inzet van een zelfhulpprogramma.
De ontwikkeling en implementatie van laagdrempelige interventies staat centraal binnen het betrokken PAINT-consortium (Psychosociale ADHD en gedragsproblemen Interventies) waar Luman een van de hoofdonderzoeker is.
Effectieve hulp begint met aanpassingen in de omgeving van het kind
Concentratieproblemen, impulsiviteit en druk, opstandig of agressief gedrag kunnen kinderen belemmeren op school, thuis en in het contact met leeftijdsgenoten. Ouders en leerkrachten voelen zich vaak handelingsverlegen en zoeken handvatten hoe hiermee om te gaan. Hiervoor hoeft een diagnostisch traject binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) niet de eerste stap te zijn.
“Onze richtlijnen adviseren om te beginnen met ondersteuning van ouders en leerkrachten. Zij kunnen leren hoe ze de omgeving beter kunnen afstemmen op het kind, bijvoorbeeld met duidelijke afspraken, voorspelbare routines en positieve feedback. Deze aanpak kan gedragsproblemen verminderen en de relatie tussen kinderen en hun omgeving verbeteren. Toch worden er nog vaak interventies ingezet waarvan de effectiviteit niet is aangetoond”, aldus Luman.
Onderzoek naar wat kinderen écht helpt
Binnen het PAINT-consortium onderzoekt Luman of interventies werken, welke technieken effectief zijn en voor welke kinderen en gezinnen. Ook kijkt zij hoe effectieve ondersteuning eerder beschikbaar kan komen. Daarbij wordt specifiek gekeken naar de rol van kortdurende interventies en zelfhulp voor ouders en leerkrachten.
Daarnaast is het van belang, aldus Luman, dat er meer kennis wordt verspreid over oorzaken en het beloop van gedrag. Zo wordt de oorzaak vaak bij het kind zelf gelegd, terwijl de omgeving een essentiële rol speelt. Een classificatie, zoals ADHD of een gedragsstoornis, kan erkenning bieden en richting geven aan ondersteuning, maar een classificatie is vooral een beschrijving van gedrag. Bovendien kunnen vooroordelen en stigma rondom classificaties het zelfbeeld van kinderen schaden. Meer kennis over gedrag en de invloed van de omgeving kan ouders, leerkrachten en hulpverleners helpen om problemen beter te begrijpen en aan te pakken om zo de mismatch tussen kind en omgeving te verkleinen.
Naar toegankelijke en passende jeugdzorg
Kinderen tijdig helpen is van groot belang, want als kinderen wachten op hulp kunnen problemen verergeren. Scholen, wijkteams en huisartsen spelen een belangrijke rol bij de inzet van laagdrempelige interventies zoals korte of zelfhulp programma’s, waarbij de jeugd-GGZ beschikbaar blijft voor kinderen die intensievere behandeling nodig hebben. Luman zegt daarover: “Om dit te bereiken is nauwe samenwerking nodig tussen onderzoekers, onderwijs, hulpverleners, en gemeenten.”
Het doel van Lumans onderzoek is dat kinderen passende zorg krijgen, ouders en professionals zich beter toegerust voelen en minder kinderen onnodig lang op ondersteuning moeten wachten. Zo kan het onderzoek bijdragen aan betere ontwikkelingskansen, minder stigma en een toegankelijker jeugdzorgstelsel.