Hoe zorgen we ervoor dat studiekiezers ons weten te vinden? Dat ze een opleiding kiezen die bij hen past én hier goed starten? Het nieuwe Programma Versterking Bachelorinstroom zet in op wat daarvoor nodig is. Opdrachtgever Mirella Kleijnen en programmamanager Hayke Everwijn over waar de kansen liggen en wat we samen in beweging gaan brengen.
Minder studenten beginnen landelijk aan een bacheloropleiding. Ook aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) daalt de instroom. Dat zette de VU aan het denken én aan het werk: een VU-brede taskforce onderzocht daarom waar kansen liggen. Wat direct beter kon, werd aangepakt. Voor grotere veranderingen ligt er een plan met zes prioriteiten. Op 15 september ging het Programma Versterking Bachelorinstroom officieel van start: tijd om te horen wat er gaat veranderen.
Jullie hebben de instroom uitgebreid onderzocht. Wat viel jullie vooral op?
Kleijnen: “Dat er niet één knop is waar je aan kunt draaien. Heel veel afdelingen binnen faculteiten en diensten hebben een stukje van de puzzel in handen. En het mooie is: binnen de VU kunnen we dus op heel veel plekken iets betekenen voor de instroom. Maar dan moeten we die kennis en ideeën wel bij elkaar brengen. Dat zijn we in januari 2026 gaan doen met deze taskforce waarin alle faculteiten en diensten vertegenwoordigd waren.”
Everwijn: “En dan zie je ook hoeveel er mogelijk is. We hebben de hele route van een studiekiezer bekeken, van de eerste voorlichting tot de uiteindelijke inschrijving. Op ieder moment liggen kansen om het nét beter te doen. Niet vanuit één afdeling, maar echt als VU samen.”
Stilzitten was natuurlijk geen optie. Wat konden jullie meteen aanpakken?
Kleijnen: “Een aantal dingen konden we direct verbeteren. In onze communicatie bijvoorbeeld, met een extra campagne en meer aandacht voor een consistent hoge kwaliteit van voorlichtingsevenementen.”
Everwijn: “Andere dingen verander je natuurlijk niet zomaar midden in een aanmeldperiode. Die zijn meegenomen in het instroomplan dat in juli door het College van Bestuur is vastgesteld. Daarin staan zes prioriteiten waar we nu met dit programma mee aan de slag gaan.”
Kleijnen: “En die lopen behoorlijk uiteen: de naamsbekendheid van de VU vergroten, beter begrijpen hoe studiekiezers hun keuzeproces ervaren en uitval voorkomen. Maar ook warmer en consistenter communiceren, aanmelden en inschrijven makkelijker maken en beter samenwerken binnen de VU.”
Jullie pakken het dus van A tot Z aan.
Everwijn: “Klopt, het begint ermee dat studiekiezers de VU kennen én kunnen vinden. Daarom zetten we sterker in op campagnes, onze contacten met het voortgezet onderwijs en onze online vindbaarheid. Vooral dat laatste is echt veranderd: vroeger struinden studenten opleidingspagina’s af, nu vragen ze hun favoriete chatbot wat bij hen past. Dan moet de VU daar natuurlijk wel in beeld komen.”
Kleijnen: “Uiteindelijk wil een studiekiezer vooral een goed beeld krijgen van een opleiding. Ouders en vrienden spelen daarin nog steeds een rol en er blijft behoefte aan laagdrempelig contact. Dat is dan eigenlijk weer niet veranderd.”
En als een student vervolgens voor de VU kiest?
Kleijnen: “Dan moet de weg ernaartoe zo makkelijk mogelijk zijn. Een open dag bezoeken, je aanmelden voor een opleiding: we willen niet dat iemand onderweg afhaakt door onnodige of verouderde stappen.”
Everwijn: “En ook onze communicatie moet kloppen. Niet denken vanuit verschillende afdelingen, maar vanuit de studiekiezer: wat heeft de student op welk moment van ons nodig?”
Een goede keuze maken stopt dus niet bij de inschrijving.
Everwijn: “Klopt, studenten blijven ook ná hun start nog toetsen: past deze opleiding wel echt bij mij? Daarom kijken we ook naar hoe we studenten kunnen ondersteunen bij deze vraag en we uitval kunnen voorkomen. We onderzoeken ook waarom sommige studiekiezers uiteindelijk niet voor de VU kiezen.”
Wat hopen jullie dat dit programma binnen de VU in beweging brengt?
Everwijn: “Vooral het besef dat de aantrekkingskracht en instroom van de VU van ons allemaal is. Het is onze basis, onze levensader. Daarvoor kunnen we niet alleen naar marketing kijken. Iedere VU’er draagt bij aan hoe studenten de VU ervaren: met goed onderwijs, goede voorlichting, écht contact met studenten of een betere aansluiting op het voortgezet onderwijs. Dit programma helpt daarbij, maar uiteindelijk moeten we het samen doen.”
Kleijnen: “Precies. We zijn trots op de VU! En dat mogen we ook meer uitdragen. Niet alleen naar studiekiezers, maar ook via onze studenten en medewerkers. Zij zijn uiteindelijk onze beste ambassadeurs.”
Waar kijken jullie zelf het meest naar uit nu jullie hiermee aan de slag gaan?
Everwijn: “Voor mij is dat stappen zetten in de samenwerking en echt kijken vanuit het perspectief van de student. Daar hebben we onze studenten zelf ook bij nodig!”
Kleijnen: “Samen de puzzel leggen! Ik hou van een uitdaging en van mensen bij elkaar brengen. We hebben vorig jaar heel goed gezien hoeveel afhankelijkheden er in het systeem zitten. Hoe we die machine vervolgens goed geolied laten lopen? Dat is best nog een pittige klus.”
Jullie weten zelf natuurlijk ook hoe ingewikkeld zo’n studiekeuze kan zijn. Wisten jullie op je achttiende precies wat je wilde?
Everwijn: “Ha, absoluut niet. Ik ben niet goed in kiezen: er is zoveel interessant. Uiteindelijk koos ik redelijk random voor Onderwijskunde aan de Universiteit Twente, vooral omdat die ver weg was en ik dan zeker op kamers zou gaan. In mijn tweede jaar begon ik te twijfelen. Toen ik dat bij mijn mentor aangaf, zei die alleen: ‘Nou, dan moet je maar stoppen.’ Terwijl ik de opleiding eigenlijk leuk vond en mijn twijfel door iets anders kwam. Met een ander gesprek was ik waarschijnlijk gebleven. Uiteindelijk ben ik overgestapt naar de Radboud Universiteit en heb ik daar ook een toptijd gehad.”
Kleijnen: “Tja, ik ben een beetje een nerd, dus ik had mijn studiekeuze tot in de puntjes voorbereid. Vanaf mijn oriëntatie in 4 vwo tot mijn keuze voor Economie en Bedrijfseconomie. Eerst wilde ik graag met jonge kinderen werken en zocht ik het meer in de psychologische hoek. Uiteindelijk koos ik toch een andere richting. Maar als ik kijk naar wat me nu bezighoudt, hoe mensen leren en zich ontwikkelen, ben ik misschien minder ver van dat oorspronkelijke idee beland dan ik toen dacht!”
Tot slot: we spreken jullie over een jaar opnieuw. Wat hopen jullie dan van studenten te horen?
Everwijn: “Dat studenten die bij de VU zijn gestart zeggen dat ze zich tijdens het hele studiekeuzeproces welkom hebben gevoeld. Dat de overgang flink was, maar dat ze zich daarin gezien voelden. En dat studeren best pittig is, maar wel past bij wat wij ze vooraf hebben verteld.”
Kleijnen: “Ik zou graag horen dat de VU echt hun eerste keuze was. En vooral: dat ze, als ze die keuze hebben gemaakt, voelen dat ze hier op hun plek zitten.”