Organisatiepsycholoog Sanne Feenstra ontvangt een ERC Starting Grant van de European Research Council (ERC) voor haar onderzoek 'From Impostor Syndrome to Impostor System: A Social Identity Approach to Impostorism in the Workplace'.
Met het onderzoek wil Sanne Feenstra het gangbare beeld van het imposter “syndroom” fundamenteel veranderen. “Niet langer staat de vraag centraal welke mensen zich een bedrieger voelen, maar vooral wanneer en waarom zulke gevoelens ontstaan. Mijn onderzoek moet blootleggen hoe de werkomgeving gevoelens van ‘impostorism’ veroorzaakt en carrièrekansen beïnvloedt,” aldus Feenstra.
Het imposterfenomeen verwijst naar de overtuiging dat anderen iemands capaciteiten overschatten. Ook mensen die aantoonbaar succesvol zijn, kunnen bang zijn dat zij uiteindelijk als een ‘bedrieger’ door de mand vallen.. Naar schatting ervaart een aanzienlijk deel van de werkende bevolking dergelijke gevoelens. Het fenomeen wordt bovendien vaak in verband gebracht met vrouwen en mensen uit etnische minderheidsgroepen.
Van individueel probleem naar systeemvraagstuk
Tot nu toe is impostorism vooral benaderd als een individueel probleem. De term ‘impostersyndroom’ suggereert dat de oorzaak bij de persoon zelf ligt en dat de oplossing bijvoorbeeld gezocht moet worden in coaching, training of therapie.
Feenstra kiest bewust voor een andere invalshoek. Het uitgangspunt is dat impostorism niet alleen voortkomt uit persoonlijke kenmerken, maar ook een psychologische reactie kunnen zijn op de sociale en organisatorische omgeving. Zij bestudeert daarom onder meer welke rol negatieve stereotypen, selectieprocedures op basis van quota en de manier waarop leidinggevenden en collega’s mensen behandelen spelen bij het ontstaan van impostorism. Daarbij besteedt zij vooral aandacht aan de ervaringen van vrouwen en etnische minderheden, groepen die in veel organisaties nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in hogere managementfuncties.
Een paradox in loopbaanontwikkeling
Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is de vraag hoe impostorism de loopbaan van werknemers op langere termijn beïnvloedt. Het fenomeen kan namelijk in eerste instantie positieve effecten lijken te hebben. Werknemers die twijfelen aan hun eigen kwaliteiten kunnen extra hard werken, zich zeer grondig voorbereiden en zich sterk inspannen om hun geschiktheid te bewijzen.
Op langere termijn kan die voortdurende druk echter een keerzijde hebben. Langdurige gevoelens van onzekerheid kunnen bijdragen aan stress en burn-out en ertoe leiden dat werknemers minder snel solliciteren naar leidinggevende functies of andere kansen op loopbaanontwikkeling aangrijpen. Feenstra gaat daarom na of impostorism een tot nu toe onderschatte rol speelt bij de hardnekkige ondervertegenwoordiging van vrouwen en etnische minderheden in de top van organisaties.
Naar structurele oplossingen
De maatschappelijke betekenis van het project ligt daarmee niet alleen in een beter begrip van impostorism, maar ook in de mogelijke gevolgen voor organisaties. Als gevoelens van een bedrieger zijn mede worden veroorzaakt door de werkomgeving, is het onvoldoende om uitsluitend werknemers te leren hoe zij met die gevoelens moeten omgaan. “Mijn onderzoek kan organisaties juist helpen om de omstandigheden die impostorism in de hand werken zelf aan te pakken. Denk aan de manier waarop talent wordt beoordeeld, hoe inclusie wordt vormgegeven en hoe leidinggevenden en collega’s omgaan met werknemers uit groepen die met negatieve stereotypen worden geconfronteerd,” aldus Feenstra.
Daarmee verschuift de aandacht van het ‘repareren’ van individuen naar het verbeteren van systemen. Feenstra: “Gevoelens van impostorism hoeven niet uitsluitend te worden gezien als een tekortkoming van het individu. Soms vertellen ze ook iets over de omgeving waarin iemand probeert succesvol te zijn.”