Zijn missie is helder: kennis verzamelen die helpt om goede politieke en bestuurlijke besluiten te nemen. Tegelijkertijd stelt hij een zorgwekkende vraag: wat gebeurt er wanneer kennis en wetenschappelijke waarheid steeds minder worden erkend?
Volgens Trommel leven we in een tijd waarin feiten vaker ter discussie staan en wetenschap soms wordt weggezet als slechts een mening. Dat zet de rol van de bestuurswetenschap onder druk. Juist daarom, stelt hij, is het vakgebied belangrijker dan ooit. Democratische besluitvorming wordt namelijk steeds vaker verstoord door misleiding en desinformatie.
De kapitein, de bestemming en het vaarplan
Trommel beschrijft de huidige situatie met het beeld van het “schip van staat” dat kampt met drie problemen: de kapitein, de bestemming en het vaarplan. De kapitein – het politieke gezag – verzwakt doordat samenlevingen steeds meer versnipperen. Individualisering en globalisering hebben het gevoel van een gezamenlijke gemeenschap uitgehold, waardoor het vertrouwen in overheid en instituties afneemt.
Daarnaast is er volgens hem steeds minder duidelijkheid over de bestemming van de samenleving. Grote ideologische stromingen zoals socialisme, liberalisme en christendemocratie hebben aan richtinggevende kracht verloren. Het neoliberalisme legde vooral de nadruk op efficiëntie, maar bood weinig morele oriëntatie.
Normaal gesproken helpt de bestuurswetenschap bij het ontwikkelen van een “vaarplan”: beleid om maatschappelijke problemen aan te pakken. Maar dat wordt lastig wanneer zelfs de feiten waarop beleid gebaseerd moet zijn, ter discussie staan. Trommel spreekt daarom van een opkomende “post-truth”-samenleving, waarin waarheid minder vanzelfsprekend is.
“Post-truth”-samenleving
Hij onderscheidt drie vormen van deze ontwikkeling. In de zwendelsamenleving maken technologie en nepnieuws het steeds moeilijker om te bepalen wat echt is, waardoor vertrouwen afneemt. In de sceptische samenleving geloven mensen nog wel in waarheid, maar wantrouwen zij traditionele bronnen zoals wetenschap, media en overheid. Ze zoeken daarom naar alternatieve verklaringen. Dat wantrouwen komt deels voort uit het besef dat macht en belangen soms invloed hebben op kennis. In de redeloze samenleving wordt waarheid uiteindelijk minder belangrijk dan overtuiging, macht en het behalen van politieke doelen.
“Deze drie ontwikkelingen versterken elkaar, mede door de invloed van digitale technologie en kunstmatige intelligentie. Daardoor komt democratisch bestuur verder onder druk te staan,” aldus Trommel.
Als antwoord pleit hij voor een meer activistische rol van de bestuurswetenschap. Wetenschappers moeten zich niet alleen beperken tot analyseren, maar ook actief bijdragen aan het verdedigen van waarheid en democratische waarden. Dat kan bijvoorbeeld door fact-checking te versterken, onderzoek te doen naar de macht van technologiebedrijven en te werken aan betere regulering van het internet, zodat publieke waarden zoals waarheid, veiligheid en democratie beter worden beschermd.
Onderzoek naar de relatie tussen macht en kennis
Daarnaast roept Trommel op tot kritisch onderzoek naar de relatie tussen macht en kennis. Niet om complottheorieën te bevestigen, maar juist om echte machtsstructuren – zoals die van grote technologiebedrijven – beter te begrijpen en zichtbaar te maken.
Tot slot ziet hij hoop in wat hij een nieuwe vorm van “verlichting” noemt. Net zoals de oorspronkelijke Verlichting pleitte voor rede en wetenschap, is volgens Trommel nu een volgende stap nodig: een samenleving waarin technologie en kennis worden ingebed in gedeelde waarden en open communicatie. Door eerlijke en redelijke dialoog kan een samenleving ontstaan waarin niet manipulatie of macht, maar het beste argument telt.
Trommel sluit optimistisch af. Ondanks de druk op waarheid en democratie blijft het mogelijk om een samenleving te bouwen waarin redelijke communicatie en gezamenlijke waarden centraal staan. Dat ideaal vormt volgens hem een blijvende opdracht voor de bestuurswetenschap.
Trommel houdt zijn afscheidsrede op 2 april in de Aula van de Vrije Universiteit Amsterdam.