Het verleden ligt niet achter ons, maar wordt steeds opnieuw aangehaald om het heden te duiden en te sturen. In haar afscheidsrede (Geen) vrede met het verleden – De politiek van de geschiedenis vandaag laat hoogleraar politieke geschiedenis Susan Legêne zien hoe geschiedenis daardoor een politiek strijdtoneel blijft, zowel wereldwijd als dicht bij huis.
Een wereldorde onder druk
Legêne schetst een wereld waarin verschillende, vaak conflicterende geschiedenissen samenkomen. De naoorlogse internationale orde, met de Verenigde Naties als drager, staat onder zware druk door oorlogen, genocidaal geweld en een hernieuwde nadruk op machtspolitiek. De belofte die na 1945 werd verbonden aan vooruitgang, dekolonisatie en vrede lijkt haar overtuigingskracht te hebben verloren. Daarvan getuigt ook de recente uitspraak van Ursula von der Leyen, toen ze in december 2025 stelde dat de vrede van gisteren is verdwenen. ‘We cannot afford to let the world views of others define us.’
Geschiedenis als tegenbeeld van het heden
Volgens Legêne wordt geschiedenis vandaag de dag vaak benaderd als een tegenbeeld van het heden. Niet als een weg vooruit, maar als iets wat verloren is gegaan of wat gevangen wordt in nostalgie. Zij plaatst het westers idee van ‘het einde van de geschiedenis’ in zijn tijd en pleit ook in het heden voor een bredere, zogenoemde conjuncturele analyse, waarin verschillende historische processen samen worden bekeken zonder ze tot één verhaal te reduceren. Zo ontstaat ruimte om te zien waar verandering en interventie mogelijk zijn.
Nostalgie speelt daarin een centrale rol. Extreemrechtse bewegingen gebruiken selectieve beelden en symbolen uit het verleden om uitsluiting en autoritarisme te legitimeren, maar ook breder leeft een verlangen naar een recent verleden, bijvoorbeeld in reactie op de dominante rol van big tech. In al deze gevallen wordt het verleden een strijdtoneel waarop hedendaagse conflicten worden uitgevochten.
De schaduwzijde van het liberalisme
Legêne verbindt deze analyse aan de geschiedenis van het liberalisme. Vrijheid en gelijkheid gingen hand in hand met kolonialisme, slavernij en geweld. “Wat tegenwoordig ‘illiberalisme’ heet, is geen breuk met het verleden, maar een zichtbare keerzijde van een liberale traditie die haar eigen schaduwkanten lange tijd als tijdelijk heeft gezien. Neoliberalisme heeft deze spanning verder vergroot en het illiberale element versterkt.”
Universiteit als werkplaats voor vrede
Tegen deze achtergrond reflecteert Legêne op de ambitie van de Vrije Universiteit Amsterdam om een ‘werkplaats voor vrede’ te zijn. Zij onderschrijft het ideaal van de universiteit als gemeenschap van wereldburgers, maar benadrukt dat wetenschap en academisch debat niet automatisch neutraal of vredelievend zijn. Discussies over uitsluiting, ethische grenzen van onderzoek, wantrouwen in kennis en politieke druk op geschiedschrijving laten zien hoe beladen deze thema’s zijn.
Boycot als investering in de toekomst
Als concreet historisch voorbeeld bespreekt Legêne de academische boycot van Zuid-Afrikaanse universiteiten door de VU tijdens de apartheid. “Die boycot was geen eindpunt, maar een investering in verandering. De universiteit verbrak de formele banden, maar hield solidariteit in stand, wat na de apartheid leidde tot nieuwe verbandenen intensieve samenwerking,” aldus Legêne. Deze geschiedenis plaatst zij in de context van twee UNESCO-verklaringen tegen racisme en raciale vooroordelen uit de jaren zeventig, waarin na lange onderhandelingen expliciet stelling werd genomen tegen racisme en apartheid, maar veel ook niet werd gezegd.
Vrede als dynamisch proces
Voor Legêne moet de universiteit als werkplaats voor vrede ook een ‘musische’ werkplaats zijn, zoals ze met literatuur en liederen in haar rede ook laat zien. “In mijn afscheidsrede wil ik met de aanwezigen nadenken over onze omgang met het verleden, dichtbij en verder weg. Niet als een veilige schuilplaats of nostalgisch toevluchtsoord, maar als een rijke bron voor dialoog, verantwoordelijkheid en handelingsperspectieven.” Vrede en geen vrede zijn geen vaste toestanden, maar dynamische krachten die steeds opnieuw vorm krijgen in keuzes, instituties en praktijken van creativiteit en solidariteit.
De afscheidsrede vindt plaats op 20 februari 2026 in de aula van de Vrije Universiteit Amsterdam.