Het onderzoek Age at entry into the Dutch child protection system of children of parents with intellectual disability: A case-control study is gepubliceerd in Child Protection and Practice.
Uit de analyses komt naar voren dat deze kinderen niet alleen jonger zijn bij hun eerste contact met jeugdzorg, maar ook langere trajecten binnen de jeugdbescherming doorlopen. Daarnaast is de kans groter dat broers of zussen eveneens betrokken raken bij jeugdbescherming of jeugdzorg.
Langere trajecten binnen jeugdbescherming
De onderzoekers wijzen erop dat al langer bekend is dat kinderen van ouders met een verstandelijke beperking oververtegenwoordigd zijn in de jeugdbescherming. Hun studie laat nu ook zien hoe de trajecten van deze kinderen zich onderscheiden van die van leeftijdsgenoten.
De bevindingen zijn van belang omdat ze inzicht geven in beslissingen die gemaakt worden in jeugdzorg en jeugdbescherming aan kinderen van ouders met een verstandelijke beperking. Het feit dat zij eerder en vaker, en samen met broers of zussen, in zorg terechtkomen, wijst op een structureel verschil. Volgens de onderzoekers is het belangrijk om te begrijpen welke contextuele factoren bijdragen aan deze ongelijkheid. Daarmee kan beleid en ondersteuning beter worden afgestemd, zodat preventie en zorg meer recht doen aan de behoeften van gezinnen waarin een ouder een verstandelijke beperking heeft.
Dit onderzoek benadrukt de noodzaak van maatwerk en vroegtijdige ondersteuning om te voorkomen dat kinderen onnodig of langdurig in intensieve jeugdbeschermingstrajecten terechtkomen.