Afgelopen week sprak ik een docent die vertelde hoe hij zijn studenten een complexe analyse-opdracht had gegeven. Trots was hij, want “dit kun je niet zomaar even in een AI-chatbot gooien.” Diezelfde avond hoorde ik van een student hoe ze een vergelijkbare opdracht in vijf minuten had ‘uitgewerkt’ met generative AI. De rest van de tijd ging op aan Instagram en TikTok. De realiteit haalt ons in, en hoe.
Dit is geen pleidooi vóór of tegen AI. Het is een constatering: de AI-geest is uit de fles. Uit cijfers van onze ICT-afdeling blijkt dat duizenden studenten per uur gebruikmaken van chatbots. Zij leven in een wereld waar AI de normaalste zaak van de wereld is. Zelfs voor de keuze voor de pizzabestelling wordt AI geconsulteerd. De vraag is niet óf we hiermee om moeten gaan, maar hoe we ervoor zorgen dat ons onderwijs relevant, uitdagend en betekenisvol blijft.
Van tekst naar transcendentie
De impact is fundamenteel. Zo stelde een collega tijdens een recent overleg: “In principe is elke tekstgebaseerde individuele toetsopgave waardeloos geworden”. Dat klinkt hard, maar het zet ons voor een essentiële vraag: waartoe leiden wij onze studenten op? Gaan we door met het toetsen van reproductie – iets waar AI inmiddels briljant in is – of richten we ons op wat wél uniek menselijk is: kritisch denken, creativiteit, veelzijdig redeneren, en de kunst van de dialoog?
Dit vraagt niet om incrementele aanpassingen, maar om een herziening van ons fundament. Het gevaar is dat we ons verschuilen achter praktische vragen over ‘wat mag wel’ en ‘hoe beoordelen we dit’. Dat zijn belangrijke vragen, maar ze leiden af van de systeemvraag: wat is de meerwaarde van de docent en van de universiteit in een tijdperk van AI?
Het Handboek AI-geletterdheid: een spiegel voor ons dilemma
Onlangs publiceerde het Centre for Teaching and Learning (CTL) het AI-geletterdheid Companion voor onze studenten. Dit handboek – een ‘levend document’ dat elke zes maanden wordt geüpdatet – is een prachtig initiatief. Het voorziet in een dringende behoefte aan praktische richtlijnen, ethische reflectie en handvatten voor verantwoord gebruik.
Tegelijkertijd is de kritiek erop een perfecte illustratie van ons gezamenlijke dilemma. De essentie van die kritiek is dat we door het uitleggen van AI-gebruik verkeerd gedrag zouden faciliteren. Dit is een begrijpelijke, maar naar mijn mening een riskante redenering. Zij veronderstelt dat we AI kunnen negeren of verbieden. Alsof we een krachtige nieuwe technologie, die onze studenten al massaal omarmen, buiten de academische muren kunnen houden.
Het echte gesprek dat we moeten voeren, gaat niet over het handboek zelf. Het gaat over de vraag die erachter schuilgaat: geven we een routekaart voor een weg die we eigenlijk niet willen bewandelen, of leggen we de verantwoordelijkheid bij de student om zelf kritische keuzes te maken? Het handboek kiest voor dat laatste, en daarmee daagt het ons uit.
De steile leercurve terugvinden
Onze studenten zoeken – begrijpelijk – vaak de makkelijkste route. Onze taak is om ze uit te dagen, niet de weg van de minste weerstand te kiezen maar de steile leercurve weer te beklimmen. Dat kan niet door AI te verbieden, maar door het slim te integreren. Stel je voor: een collegezaal zonder laptops, waar studenten samen een probleem ontrafelen op een groot wit vel. Of een opdracht waarbij AI wordt gebruikt voor de data-analyse, maar waar de interpretatie, de kritische blik en de morele afweging centraal staan. Zo maken we van de vijand een vriend, zonder ons te verliezen in instrumentele discussies.
En trouwens, de Europese AI-verordening verplicht organisaties – en dus ook ons – om vanaf 2 februari 2025 te zorgen voor AI-geletterdheid. Dit is niet langer slechts een onderwijskundige keuze; het is een wettelijke verplichting om onze studenten en medewerkers toe te rusten met de kennis en vaardigheden om AI verantwoord in te zetten.
Samen de uitdaging aangaan
Deze verandering kunnen we niet alleen van bovenaf opleggen. Het moet een co-creatie zijn tussen docenten, ondersteuners, beleidsmakers en – niet te vergeten – studenten. Studenten zijn “de” experts in het gebruik van AI. Laten we hen als partners zien, hun inzichten benutten en samen ontdekken wat goed onderwijs in de 21e eeuw inhoudt.
De opkomst van AI is geen technologische update. Het is een existentiële vraag voor ons vak van docent in het hoger onderwijs. Het is onze uitdaging, als academische gemeenschap, om ons onderwijs zo in te richten dat we studenten blijven uitdagen om te groeien, te creëren en te reflecteren. Alleen dan blijven we doen wat van een universiteit wordt verwacht: het opleiden van kritische denkers die klaar zijn voor de toekomst, mét alle tools die daarbij horen.