De negentiende-eeuwse stad stonk en maakte ziek. Tegenover de ongezonde stad stond een groeiend geloof: dat natuur en buitenlucht het lichaam en de geest goed deden. Deze tentoonstelling vertelt het verhaal van dat verlangen naar schone lucht, ruimte en groen.
In de erfgoedvitrine van de Vrije Universiteit Amsterdam is de tentoonstelling Naar Buiten te zien. Aan de hand van objecten zoals historische kaarten, boeken en archiefstukken laat de tentoonstelling zien hoe de negentiende-eeuwse stad werd gezien als bron van ziekte, en hoe het geloof groeide dat natuur en buitenlucht bijdroegen aan een betere gezondheid. Van psychiatrische inrichtingen in de duinen tot volksparken en gezondheidskolonies voor arbeiderskinderen: het ideaal nam vele vormen aan. Een thema dat, zo blijkt, nog altijd actueel is.