Timing and mechanisms of subduction and exhumation in the Hellenides: Structural and geochronological constraints from Andros and South Evia
Griekse bergen ontstonden in meerdere fasen
De Griekse bergen zijn niet tijdens één langdurig geologisch proces gevormd, maar door verschillende fasen waarin gesteente diep de aarde in werd gedrukt en later weer naar het oppervlak kwam. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van aardwetenschapper Shijie Shang naar gesteenten op het Griekse eiland Andros en in Zuid-Evia. De resultaten maken duidelijker hoe de beweging van aardplaten gedurende miljoenen jaren het huidige landschap heeft gevormd.
Shang onderzocht zogeheten subductie en exhumatie. Bij subductie wordt gesteente door de beweging van aardplaten diep de aarde in gevoerd, terwijl het bij exhumatie vervolgens weer richting het aardoppervlak komt. Door waarnemingen in het veld te combineren met dateringen van afzonderlijke mineraalkorrels kon Shang verschillende fasen in deze complexe geschiedenis van elkaar onderscheiden.
Een van de belangrijkste ontdekkingen is een tot nu toe niet beschreven breuksysteem op Andros: de Andros Detachment. Dit breuksysteem speelde een rol bij het naar boven brengen van diep begraven gesteenten. In Zuid-Evia identificeerde Shang daarnaast een nieuwe geologische eenheid en kon de onderlinge relatie tussen verschillende gesteentepakketten worden herzien.
Shangs onderzoek laat bovendien zien dat processen van gebergtevorming niet overal in het gebied tegelijkertijd plaatsvonden. De momenten waarop gesteenten diep werden begraven, verschilden van noord naar zuid. Daarmee ontstaat een nauwkeuriger beeld van de ontwikkeling van de Helleniden, het gebergtesysteem dat samenhangt met het naar elkaar toe bewegen van de Afrikaanse en Euraziatische plaat.
Gesteenten als archief van de aarde
De resultaten zijn niet alleen van belang voor de geologische geschiedenis van Griekenland. Gesteenten kunnen sporen bevatten van meerdere gebeurtenissen die miljoenen jaren na elkaar hebben plaatsgevonden. Wanneer een volledig gesteentemonster als één geheel wordt gedateerd, kunnen die verschillende gebeurtenissen moeilijk uit elkaar te houden zijn. Door afzonderlijke mineraalkorrels te dateren, kunnen onderzoekers verschillende fasen beter onderscheiden en een betrouwbaardere geologische tijdlijn maken.
Die kennis helpt wetenschappers beter te begrijpen hoe de aardkorst en gebergten zich over lange perioden ontwikkelen. De aanpak uit het onderzoek kan bovendien worden toegepast in andere gebieden met een complexe geologische geschiedenis. Zo draagt het onderzoek bij aan een nauwkeuriger begrip van de processen die de aardkorst, en uiteindelijk de landschappen om ons heen, vormgeven.
Meer informatie over het proefschrift.