Fasciatherapie biedt nieuw perspectief op chronische lage rugpijn
Lage-rugpijn is een van de meest voorkomende gezondheidsklachten in Nederland. Vaak is er geen duidelijke structurele oorzaak te vinden, terwijl de pijn het dagelijks functioneren flink kan beperken. Bewegingswetenschapper Robbert van Amstel onderzocht een veelgebruikte, maar tot nu toe beperkt onderbouwde behandelvorm: Fascia Focused Interventies (FFIs). Zijn resultaten laten zien dat deze aanpak daadwerkelijk effect kan hebben op pijn, mobiliteit en kwaliteit van leven.
FFIs richten zich op fascia, het bindweefsel dat huid, spieren en botten met elkaar verbindt. In de fysiotherapie worden deze behandelingen al jaren toegepast via mechanische prikkels zoals druk, rek en het verplaatsen van de huid. Toch was lange tijd onduidelijk hoe deze interventies precies werken en wat ze opleveren voor patiënten met lage-rugpijn. Van Amstel wilde die kenniskloof dichten.
Uit zijn onderzoek blijkt dat fascia een grotere rol speelt bij lage-rugpijn dan vaak wordt aangenomen. Door de huid gericht te verplaatsen, bewegen de onderliggende fasciale structuren mee. Dat kan de bewegingsvrijheid vergroten en pijn verminderen. Opvallend is dat dit effect meetbaar is en relatief snel optreedt. Een eenvoudige test, de zogenoemde DAMT-test, helpt therapeuten bovendien vast te stellen in welke richting huidverplaatsing bij een individuele patiënt het meest effectief is.
Onderdeel van vast behandelprotocol
De grootste winst wordt geboekt wanneer fascia-gerichte interventies niet los worden toegepast, maar onderdeel zijn van een vast behandelprotocol. In het zogeheten 4xT-protocol – testen, behandelen, tapen en oefentherapie – ervaren patiënten meer verbetering dan met oefentherapie alleen. Zij bewegen makkelijker, hebben minder pijn en rapporteren een betere kwaliteit van leven.
Lage-rugpijn zorgt jaarlijks voor hoge zorgkosten, werkverzuim en verlies aan levenskwaliteit. Het onderzoek van Van Amstel biedt fysiotherapeuten handvatten om behandelingen gerichter en persoonlijker in te zetten. Dat kan leiden tot sneller functioneel herstel en mogelijk een kleinere afhankelijkheid van pijnmedicatie of invasieve ingrepen.
Op de langere termijn kunnen deze inzichten bijdragen aan beter onderbouwde, niet-medicamenteuze behandelrichtlijnen voor lage-rugpijn. Daarmee sluit het onderzoek aan bij een bredere verschuiving in de zorg: weg van symptoombestrijding, en meer focus op bewegen, functioneren en kwaliteit van leven.
Meer informatie over het proefschrift