Verstoorde hersenverbindingen maken handcoördinatie bij ouderen lastiger
Het coördineren van beide handen wordt moeilijker naarmate we ouder worden - en dat komt niet alleen door spierkracht, maar vooral door veranderingen in de hersenen. Dat blijkt uit onderzoek van Parinaz Babaeeghazvini, die aantoont dat veroudering leidt tot verstoringen in zowel de structuur als de samenwerking van hersennetwerken die beweging aansturen.
Met geavanceerde technieken zoals dMRI en EEG onderzocht Babaeeghazvini hoe structurele verbindingen (witte stof) en functionele hersenactiviteit samenhangen. Haar resultaten laten zien dat de kwaliteit van witte-stofverbindingen tussen motorische hersengebieden afneemt met de leeftijd. Deze achteruitgang gaat hand in hand met veranderingen in functionele activiteit, met name in de linkerhersenhelft.
Die combinatie heeft duidelijke gevolgen: de hersenen krijgen meer moeite om signalen goed op elkaar af te stemmen. Daardoor ontstaat interferentie tussen beide hersenhelften, wat leidt tot minder nauwkeurige en slechter gecoördineerde bewegingen met twee handen.
Daarnaast ontdekte Babaeeghazvini dat ook hersengebieden die betrokken zijn bij visuele verwerking anders gaan functioneren bij ouderen. Dit maakt het lastiger om visuele informatie - essentieel voor veel dagelijkse handelingen - effectief te gebruiken tijdens beweging.
De impact van deze bevindingen reikt verder dan het lab. Activiteiten zoals veters strikken, koken of het bedienen van digitale apparaten vragen om een goede samenwerking tussen beide handen en visuele sturing. Juist deze vaardigheden blijken kwetsbaar bij veroudering.
Meer informatie over het proefschrift