Lexical Consistency in the Peshiṭta of Deuteronomy
Taalverschillen verklaren variatie in oude Bijbelvertaling
Het onderzoek van theoloog Logan Copley naar de Syrische vertaling van Deuteronomium laat zien dat taalverschillen tussen het Hebreeuws en het Syrisch grotendeels verklaren waarom dezelfde woorden op verschillende manieren worden vertaald. Die bevinding is van belang voor het onderzoek naar de Bijbeltekstgeschiedenis en de interpretatie van oude religieuze teksten.
Copley onderzocht waarom de Peshiṭta, een oude Syrische vertaling van Deuteronomium, verschillende Syrische woorden gebruikt voor hetzelfde Hebreeuwse woord. Uit de resultaten blijkt dat deze variatie vaak samenhangt met taalkundige factoren, zoals de richting en het type beweging bij het werkwoord ‘komen’.
De bevindingen nuanceren het idee dat een vertaling trouw moet blijven aan steeds dezelfde woordkeuze. Om een tekst natuurlijk en begrijpelijk over te brengen, moet een vertaler rekening houden met de mogelijkheden en beperkingen van de doeltaal. Onderzoekers moeten daarom eerst taalverschillen onderzoeken voordat zij variaties verklaren vanuit bijvoorbeeld theologische overtuigingen of stilistische voorkeuren.
Het onderzoek draagt bij aan een beter begrip van de overlevering van de Hebreeuwse Bijbel en de Syrische Bijbeltraditie. Oude vertalingen kunnen bovendien aanwijzingen bevatten over Bijbelteksten die ouder zijn dan sommige belangrijke Hebreeuwse handschriften. Omdat de Peshiṭta ook vandaag nog in kerken wordt gebruikt, onder meer in Nederland, biedt het onderzoek inzicht in de manier waarop vroegere gemeenschappen de Bijbel begrepen en doorgaven.
Daarnaast toont Copley hoe computationele methoden nieuwe mogelijkheden bieden om klassieke onderzoeksvragen binnen de geesteswetenschappen te beantwoorden.
Meer informatie over het proefschrift