Social Entrepreneurship and Social Exclusion: A Multi‑Level Analysis of Education and Employment Initiatives in Amsterdam Zuidoost
Betrokken bewoners, deelnemers en gemeenschapsleden zijn belangrijk voor het slagen van sociale ondernemingen in Amsterdam Zuidoost, vond Amy Abdou. Publieke financiering helpt ook mee, zolang die geen te grote afhankelijkheid oplevert die innovatie kan beperken.
Aan de hand van vier casestudies onderzocht Abdou hoe sociale ondernemingen in een achtergestelde stedelijke omgeving functioneren op het gebied van onderwijs, ondernemerschap en werkgelegenheids initiatieven. Zo wil ze erachter te komen wat hen succesvol maakt of juist in de weg zit.
Amsterdam Zuidoost, een stadsdeel aan de rand van Amsterdam, is een bijzonder relevante onderzoeksomgeving vanwege de aanhoudende beleidsfocus op het bevorderen van ondernemerschap als middel om sociale uitsluiting tegen te gaan. Ongeveer 60% van de inwoners heeft wortels in Suriname, de Antillen of Ghana en 40% ondervindt economische uitdagingen.
Participatie en financiering
Waar lokale bewoners serieus worden betrokken, zijn onderwijs-, ondernemers- en werkgelegenheidsprogramma’s effectiever, stelt Abdou. Waar bewoners worden buitengesloten lijden de resultaten daaronder. Ook de organisatiestructuur speelt een rol: organisaties die commerciële activiteiten combineren met externe financiering blijken beter bestand tegen tegenslagen dan organisaties die afhankelijk zijn van één enkele inkomstenbron.
Publieke financiering kan sociale ondernemingen een belangrijke duw in de rug geven, maar garandeert geen betere resultaten voor bewoners of sterkere betrokkenheid van de gemeenschap bij besluitvorming. Sterker, een te grote afhankelijkheid van overheidssteun maakt organisaties kwetsbaar. Wanneer langetermijnsubsidies opdrogen en aanbestedingen grote, administratief sterkere organisaties bevoordelen, hebben kleinere, lokaal verankerde initiatieven het moeilijk om mee te dingen.
Aanbevelingen
Abdou adviseert onder meer dat de betrokkenheid van de gemeenschap een voorwaarde zou moeten zijn voor financiële steun, en dat eendimensionale verantwoording plaatsmaakt voor multi-stakeholder evaluatie. Verder pleit ze voor ondersteuning bij het opschalen van succesvolle initiatieven, en voor het stimuleren van gediversifieerde financieringsmodellen in plaats van afhankelijkheid van één bron.
Meer informatie over het proefschrift