Tussen aandacht en afleiding: een leven lang zoeken
Waarom trekt het ene object onmiddellijk onze aandacht, terwijl we het andere nauwelijks opmerken? Hebben we zelf controle over waar we naar kijken, of worden we ongemerkt gestuurd door wat opvalt in onze omgeving en door wat we eerder hebben geleerd? Deze vragen vormen de rode draad in het onderzoek van hoogleraar cognitieve psychologie Jan Theeuwes, die na 28 jaar afscheid neemt van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Begin jaren negentig liet Theeuwes met een eigen experimentele taak zien dat opvallende, maar irrelevante objecten automatisch onze aandacht kunnen trekken. Zelfs als we ons best doen ze te negeren. Dit onderzoek heeft grote invloed gehad op hoe wetenschappers denken over aandacht en afleiding. Later liet hij zien dat ook eerdere ervaringen, beloning en onbewust geleerde regelmatigheden bepalen waar onze aandacht naartoe gaat.
Theeuwes hield zich niet alleen bezig met fundamenteel onderzoek. Hij wilde ook begrijpen hoe die kennis in de praktijk kan worden gebruikt. Zo ontwikkelde hij samen met collega's het internationaal invloedrijke concept Self-Explaining Roads: wegen die door hun inrichting duidelijk maken welk gedrag van weggebruikers wordt verwacht. Daarnaast werkte hij aan uiteenlopende vraagstukken, van verkeersveiligheid en tunnelontwerp tot de herkenbaarheid van merken en de beoordeling van medische fouten.
In zijn afscheidsrede kijkt Theeuwes kritisch naar de ontwikkeling van zijn vakgebied. De psychologie richt zich steeds meer op hersenonderzoek en geavanceerde technieken. Dat levert veel op, maar volgens hem dreigt de aandacht voor praktische problemen verloren te gaan. Juist die verbinding tussen fundamentele wetenschap en maatschappelijke vraagstukken moet behouden blijven.