Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Bacheloropleidingen Masteropleidingen VU for Professionals
HOVO Amsterdam Taalcursussen Nederlands als tweede taal (NT2) Zomercursus van de Vrije Universiteit Amsterdam Honoursprogramma Universitaire lerarenopleidingen
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Interdisciplinaire onderzoeksinstituten Wetenschappers van de VU Research Impact Support Portal Creëer impact met jouw onderzoek
Nieuws Agenda Bewegen naar een vitale toekomst
VU UPDATE: Situatie in Israël en de Palestijnse gebieden Cultuur op de VU
Praktische informatie De VU en Innovatiedistrict Zuidas Missie, kernwaarden en visie
Besturing van de VU Valorisatie en impact Samenwerken met de VU VU Alumni Community Bekijk onze vacatures!
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
‘We gaan voor het eerst in de geschiedenis richting cognitief verval’
Roxane van Iperen, keynotespreker bij de Opening Academisch Jaar 2026/2027

Universiteiten bereiden studenten voor op een wereld die niet meer bestaat, stelt schrijver Roxane van Iperen. Nu AI steeds meer denkwerk van ons overneemt, worden we zelf steeds minder goed in lezen, abstraheren en begrijpen. Volgens Van Iperen moet het onderwijs studenten weer zover krijgen dat ze teksten daadwerkelijk lezen en zelf blijven nadenken, ook als dat in het begin een slecht essay oplevert.

Tekst: Marjolein de Jong  | Foto: Dorian Jurne | 17 augustus 2026

In haar Bussumse appartement hangen nog de gouden cijferballonnen waarmee Roxane van Iperen onlangs haar vijftigste verjaardag vierde. Van Iperen is net terug van een korte vakantie op Ameland en werkt verder de hele zomer door. Dat doet ze graag, zegt ze. ‘Wanneer de rest van Nederland is uitgecheckt, kan ik eindelijk rustig werken.’ 

De ironie ontgaat haar niet. In haar onlangs verschenen essay Ik zie wat ik geloof schrijft Van Iperen juist over de manier waarop we onszelf zijn gaan beschouwen als 'mini-bv’s’. We zijn altijd bezig om onze tijd zo efficiënt mogelijk te besteden. Algoritmen laten ons daarnaast vooral zien wat aansluit bij wat we al geloven, waardoor we steeds meer in verschillende werkelijkheden leven. Een weinig hoopgevend beeld, maar toch is het volgens haar nog niet te laat. ‘We moeten alleen nú in actie komen.’

Op 31 augustus spreekt ze tijdens de Opening Academisch Jaar van de Vrije Universiteit Amsterdam over de vraag hoe we vrij blijven denken in tijden van Big Tech en autoritaire wereldleiders. 

Wat is het gevaar als we onszelf steeds meer als ‘mini-bv’s’ beschouwen?
‘Met een mini-bv bedoel ik dat we onszelf als een bedrijf zijn gaan zien. We moeten continu productief zijn, onze tijd zo efficiënt mogelijk benutten en zoveel mogelijk uit onszelf halen. Deze manier van denken komt mede voort uit het marktdenken dat de afgelopen decennia steeds verder in onze samenleving is doorgedrongen. 

Het gevaar van zo gericht zijn op productiviteit is dat we ook de waarde van andere mensen gaan afmeten aan wat zij presteren of opleveren. In nazi-Duitsland werden gehandicapten, psychiatrische patiënten en andere kwetsbare mensen aangeduid als “nutteloze eters” (Nutzlose Esser, red.). Honderdduizenden van hen werden vermoord omdat zij niets zouden bijdragen en de samenleving alleen maar geld zouden kosten. 

Het is natuurlijk een extreem voorbeeld van wat er kan gebeuren, maar het belangrijkste om te beseffen is dat iemands waarde niet afhangt van de vraag of diegene productief, ziek, gehandicapt, arm of werkloos is. Ieder mens vertegenwoordigt een leven en verdient dus ook een stoel aan tafel.’ 

'We gaan daardoor allemaal denken dat andere problemen het belangrijkst zijn en leven we steeds meer in onze eigen werkelijkheid'

Daarnaast brengen we een steeds groter deel van ons leven door in de digitale wereld. Je schrijft in Ik zie wat ik geloof dat een huidige student gedurende zijn leven naar schatting 25 jaar achter een scherm doorbrengt. 
‘En dat is waarschijnlijk nog een voorzichtige schatting ook. Bovendien ligt in lagere sociaaleconomische klassen het schermgebruik vaak hoger. Ik vond het belangrijk om die 25 jaar zo expliciet te benoemen, om te beseffen dat dit dus is wat we met een groot deel van ons leven doen. Het geldt net zo goed voor mij, hoor. Als ik op maandag op mijn telefoon een notificatie krijg van mijn schermtijd, schrik ik daar ook van. En als ik een boek probeer te lezen, hoeft er maar ergens iets te trillen en ik pak mijn telefoon alweer.’

Wat doet al die tijd die we doorbrengen in een digitale omgeving met ons denken?
‘Als je het grootste gedeelte van je tijd doorbrengt in een mentale wereld die continu inspeelt op je primaire emoties, ga je de werkelijkheid steeds meer met die emoties bekijken. Ik krijg binnen mijn gezin heel ander nieuws te zien dan mijn kinderen, omdat het algoritme bij ieder van ons op andere emoties inspeelt. We gaan daardoor allemaal denken dat andere problemen het belangrijkst zijn en leven steeds meer in onze eigen werkelijkheid.

Daarnaast kunnen we steeds minder goed lezen en schrijven en daardoor minder goed ingewikkelde ideeën begrijpen. Bijvoorbeeld écht begrijpen dat een democratie meer is dan dat de meeste stemmen gelden, en dat ook minderheden moeten worden beschermd. Om zoiets te kunnen begrijpen, moet je goed kunnen lezen, redeneren en abstract denken. Uit steeds meer onderzoek blijkt echter dat we daar juist minder goed in worden. We gaan voor het eerst in de geschiedenis richting cognitief verval. 

Zonder gedeelde werkelijkheid en het vermogen om ingewikkelde ideeën te begrijpen, kunnen we als samenleving geen gezamenlijke beslissingen meer nemen. De complexe realiteit wordt versimpeld tot binair denken. En als we niet meer samen kunnen beslissen, wat blijft er dan over van onze democratie?’

'Dan kun je als docent blijven zeggen dat je wilt dat studenten origineel denken en zelf papers lezen, maar hoe dan?'

Wat betekent dat voor de rol van universiteiten?
‘Binnen het onderwijs is men er volgens mij nog onvoldoende van doordrongen dat de rollen zijn omgedraaid. Veel docenten zijn deskundig in hun vakgebied, maar de wereld waarin studenten leven, verandert zo snel. Je kunt niet meer denken: ik ga jullie wel vertellen hoe het zit. Studenten groeien op met andere technologie en andere algoritmen dan docenten. Maar ondertussen blijven universiteiten veelal hun oude riedeltje afdraaien. 

Studenten krijgen bijvoorbeeld te horen dat ze geen AI mogen gebruiken, maar met het huidige rendementsdenken ligt de focus toch vooral op productie en eindresultaat. Dus vervolgens gebruiken ze allemaal AI en daarna nog een ander programma om ervoor te zorgen dat hun werk niet door AI geschreven lijkt. Dan kun je als docent blijven zeggen dat je wilt dat studenten origineel denken en zelf papers lezen, maar hoe dan? Dat moeten we samen onderzoeken. Docenten moeten zich momenteel ook als leerling opstellen.’

Wat moeten universiteiten aan hun studenten leren wat ChatGPT of AI-modellen niet kunnen?
‘Universiteiten hebben wat mij betreft twee opdrachten. Allereerst moeten ze voorkomen dat ons vermogen om te lezen, ons te concentreren en zelfstandig na te denken verder achteruitgaat. Daarnaast moeten ze onderzoeken waarin onze menselijke toegevoegde waarde zit.

Ook mijn eigen kinderen vragen zich af wat het nog voor zin heeft om te studeren, als AI straks in een paar uur het werk kan doen waarvoor zij jarenlang zouden moeten worden opgeleid. Zij hebben dankzij mij een vangnet, waardoor ik kan zeggen: investeer vooral in leren denken. Maar lang niet iedere student heeft die luxe.

Ik sprak laatst met een groepje studenten. Zij moesten het werk van diverse filosofen lezen en hun ideeën in een essay met elkaar vergelijken. Ze lazen die moeilijke teksten en dachten er op een originele manier over na. Maar omdat ze dit voor het eerst deden, voldeden hun essays niet gelijk aan het academische niveau dat nodig was voor een voldoende. Juist bij die eerste zoekende stap en leren nadenken is begeleiding nodig en die kregen ze niet. Ze kregen enkel te horen dat ze geen AI mochten gebruiken en als ze daarop werden betrapt een één zou krijgen. Wat is dan nog de uitweg?

De vraag zou niet langer moeten zijn: kun je deze filosofen met elkaar vergelijken? Het moet zijn: hoe krijg ik studenten zover dat ze zelf blijven lezen en nadenken? Dan schrijven ze in het begin maar een slecht essay. Dat lijkt me onbelangrijk. Het gaat om wat er tijdens dat proces in hun hoofd gebeurt. Het is een spier die je moet trainen. Als die vermogens massaal verzwakken, groeien jongeren in zekere zin allemaal op in cognitieve achterstandsgezinnen, en herkennen ze het niet van elkaar, want iedereen om hen heen heeft dezelfde slappe spieren.’ 

'Alsof we niet meer kunnen vertrouwen op onze eigen intuïtie, of liever een Amerikaans model om advies vragen dan een ander mens’ 

Hoe was jij zelf als student?
‘Ik was ook extreem op productie gericht, maar dat was om een heel praktische reden. Ik moest fulltime werken om mijn studie te betalen. De studie rechten koos ik dan ook om zo snel mogelijk een goede baan te kunnen vinden. De luxe om te denken dat ik daar was om intellectueel geprikkeld te worden, had ik helemaal niet. 

Toch waren er een paar docenten die iets in mij raakten. Ik ging zelden naar colleges, omdat ik overdag werkte, maar voor hen zette ik dat opzij. Ik had helemaal niet het idee dat ik iets bijzonders kon, maar door hen merkte ik dat er iets in mijn hoofd aanging. Dertig jaar later herinner ik me nog de begrippen die zij hebben uitgelegd. De kracht van onderwijs zit volgens mij in de mens. Niemand geeft iets om jouw vak als je niet in staat bent een vonkje bij een ander aan te wakkeren.’ 

Je schrijft in je essay ook over het verdwijnen van het menselijke. Hoe merk je dat in je eigen omgeving?
‘Menselijke interactie verschuift steeds meer naar digitale interactie. Als ik mijn kinderen verzoek om even aan de buren te vragen of ze de poes eten willen geven, dan reageren ze: “Wat is hun nummer?” Ze gaan echt niet langs. Ook zie ik dat belangrijke persoonlijke vragen aan de lopende band aan chatbots worden voorgelegd. Een kennis vertelde me over een conflict van haar zoontje van vier met een klasgenootje en zei tijdens ons gesprek daarover ineens: “Maar Chat zegt…” Daar schrok ik van. Alsof we niet meer kunnen vertrouwen op onze eigen intuïtie, of liever een Amerikaans model om advies vragen dan een ander mens.’ 

'We kunnen het ons niet permitteren om achterover te leunen'

Probeer je dat menselijke ook bewust terug te brengen in je eigen leven?
‘Ook ik heb lang als een teruggetrokken, hyperproductief mens geleefd, waarin ik voornamelijk werkte en de kinderen opvoedde. Van nature heb ik ook niet de neiging om mensen op te zoeken, en koos ik meestal voor de oplossing die de minste tijd en menselijke interactie kostte. Nu probeer ik bij kleine beslissingen het tegenovergestelde te doen. Het mág tijd kosten en contact met andere mensen opleveren. 

Iets heel kleins: ik zwem een aantal keer per week in het gemeentelijke zwembad. Daar kom ik in aanraking met mensen, geuren en andere lichamen die ik niet zelf heb geselecteerd. In de fysieke wereld - en al helemaal in publieke ruimtes - kun je je moeilijker terugtrekken dan in je eigen digitale bubbel. Je moet de ruimte delen met mensen die anders zijn dan jij.’

Zijn die kleine stapjes voldoende reden voor hoop?
‘Het vraagstuk is allesbehalve eenvoudig, maar het zou helpen als meer mensen aan boord komen en zich verdiepen in wat er gaande is. Je terugtrekken is geen optie. Ik hoor oudere mensen in het onderwijs weleens trots zeggen dat ze niet op sociale media zitten. Dan denk ik: leuk voor jou, maar jouw studenten zitten daar misschien wel twaalf uur per dag op. 

We kunnen het ons niet permitteren om achterover te leunen. Dat begint misschien heel eenvoudig. Toch een ingewikkeld krantenartikel uitlezen, toch even bij iemand langsgaan in plaats van een appje sturen, of bij de bakker een gesprek voeren met iemand  die je niet zelf hebt uitgekozen. Het begint bij opnieuw ontdekken wat het betekent om mens te zijn.’


Op 31 augustus verzorgt Roxane van Iperen de keynote tijdens de Opening Academisch Jaar van de Vrije Universiteit Amsterdam, met als thema ‘Vrije denkers’. Daar spreekt ze verder over de vraag hoe we vrij blijven denken in tijden van Big Tech en autoritaire wereldleiders. Bekijk het programma en meld je aan via vu.nl/oaj.

Roxane van Iperen

Direct naar

Homepage VU Amsterdam Cultuur op de VU Universiteitsbibliotheek Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact met VU Amsterdam Bekijk onze vacatures! Faculteiten VU Amsterdam Diensten VU Amsterdam
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © VU