Waarom heb je besloten om de master Rechtsgeleerdheid te studeren?
Dat is eigenlijk een combinatie van verschillende redenen. Al zolang ik me kan herinneren, werd ik in mijn gezin ‘de rechter’ genoemd. Blijkbaar had ik een natuurlijk talent om conflicten te overstijgen en bruggen te slaan tussen verschillende standpunten - binnen ons gezin in ieder geval. Daarnaast had ik altijd al een liefde voor taal, lezen en feitjes. Wiskunde en alles wat met cijfers te maken had, lagen me juist helemaal niet. Die combinatie maakte de keuze voor de studie Rechtsgeleerdheid uiteindelijk heel logisch.
Je werkt als jurist bij De Geschillencommissie, heb je dit altijd al willen doen?
Nee, niet per se. Tot aan mijn master Rechtsgeleerdheid aan de VU wist ik eerlijk gezegd niet eens dat De Geschillencommissie bestond. Tijdens mijn studie gaf Jacqueline Berkelaar, de directeur-bestuurder van De Geschillencommissie, een gastcollege. Daardoor kwam ik voor het eerst in aanraking met de organisatie.
Wat inspireerde je om voor de master Rechtsgeleerdheid te kiezen?
Zoals ik al aanstipte, was het vooral een gevoel van rechtvaardigheid en mijn interesse in het ontstaan en oplossen van conflicten die me inspireerden om voor Rechtsgeleerdheid te kiezen. Wat me het meest aantrok aan de studie, zijn de verhalen van mensen. Op het moment dat iemand ervoor kiest om een rechter in te schakelen (of daar onvrijwillig bij betrokken raakt) is er meestal echt iets aan de hand. Mijn interesse lag dus vooral bij de menselijke kant: wat mensen meemaken, wat hen drijft om bepaalde (soms verkeerde) keuzes te maken, en hoe je, zodra er sprake is van een strafbaar feit of een andere vorm van escalatie, dat conflict zo eerlijk mogelijk kunt oplossen voor beide partijen, binnen het kader van de wetten die we samen in de loop der eeuwen hebben opgebouwd.
Hoe sloot de studie hierbij aan?
Ik heb mijn bachelor Rechtsgeleerdheid gevolgd aan Tilburg Law School. De studie was wel ongeveer wat ik verwacht had, maar niet helemaal wat ik gehoopt had. Veel vakken, zoals bestuursrecht en belastingrecht, spraken me minder aan (die vond ik te bureaucratisch en droog). Het recht begon daarin soms meer op wiskundige formules te lijken – waar ik nu juist niet warm voor liep – waarbij weinig aandacht was voor de mensen achter het geschil.
Er waren ook vakken die me juist erg boeiden, zoals rechtsfilosofie en victimologie. Daarin werd ook gekeken naar de psyche van de mens achter het conflict of probleem. Dat sprak me aan en heeft uiteindelijk mijn interesse in bemiddeling aangewakkerd. De harde rechtspraak, het zogenoemde ‘toernooimodel’, waarbij partijen elkaar juridisch proberen te overtroeven, paste niet bij mij. Ik voelde me meer aangetrokken tot mediation: het samen zoeken naar een duurzame oplossing, in plaats van elkaar (juridisch) ‘kapot maken’ om je gelijk te halen.
Hoe heb je de master Rechtsgeleerdheid aan de VU ervaren?
Ik heb de opleiding als enorm waardevol ervaren. Wat de afstudeerrichting Conflicthantering, Rechtspraak en Mediation zo bijzonder en uitdagend maakte, was dat de praktijk daarin een grote rol speelde. We oefenden veel met gesprekstechnieken en met communicatie-, onderhandelings- en mediationvaardigheden. Dat was in het begin wat onwennig, maar juist daardoor heel leerzaam.
Het meest waardevol vond ik de kennismaking met restorative justice, ook wel herstelrecht genoemd. Dat is een alternatieve manier om naar conflicten en rechtvaardigheid te kijken, die niet draait om bestraffing, maar om herstel en begrip tussen betrokkenen. Ik vond het inspirerend hoe de ‘aanhangers van deze stroming’ buiten de gebaande kaders durft te denken. Buiten mijn studie heb ik me daar verder in verdiept, onder andere door het werk van Herman Bianchi te lezen.
Hoe heeft de master Rechtsgeleerdheid en de afstudeerrichting Conflicthantering, Rechtspraak en Mediation je voorbereid op je loopbaan?
De bachelor legde natuurlijk een basis in het contractenrecht en consumentenrecht: rechtsgebieden waar we bij De Geschillencommissie dagelijks mee te maken hebben. In de master volgden we onder andere een college van Arno Akkermans over hoe het gezondheidsrecht functioneert binnen ziekenhuizen, bijvoorbeeld wanneer er schade ontstaat na een calamiteit. Dergelijke kwesties komen in mijn huidige werk bij de geschillencommissies in de zorgsector regelmatig voorbij.
Ik denk dat de master mij vooral heeft voorbereid door me te laten zien dat de reguliere rechtspraak niet de enige manier is om geschillen op te lossen. Er bestaan alternatieven, zoals herstelrecht en ADR-instanties (alternatieve geschilbeslechting), die meer gericht zijn op dialoog en herstel dan op winnen of verliezen.
Welke vaardigheden of kennis uit de opleiding gebruik je het meest in je werk?
De praktijklessen zijn inmiddels al even geleden, dus het is moeilijk om concreet te benoemen wat ik daar nu nog dagelijks van gebruik. Wat me wél altijd is bijgebleven, is een metafoor die Lenka Hora Adema gebruikte om de emoties en belangen achter een standpunt te duiden: “een drol met een vlaggetje erop.”
Het idee is dat iemand een duidelijk of zelfs fel standpunt kan innemen, dat is het vlaggetje. Dat standpunt is eigenlijk een aanwijzing dat er iets groters of diepers onder ligt: een belang, een behoefte of een emotie. Als je dat vlaggetje niet opmerkt, en dus voorbijgaat aan wat eronder zit, dan glijd je uit over de ‘drol’, de emotionele lading die onder het standpunt schuilgaat.
Hoewel ik in mijn werk als jurist niet vaak direct contact heb met partijen, probeer ik die metafoor wel in gedachten te houden. Om mezelf eraan te herinneren dat achter elke positie of overtuiging meestal iets groters schuilt dat aandacht verdient.
Wat zijn enkele verrassingen of inzichten die je tijdens je carrière tot nu toe hebt opgedaan?
Een inzicht is hoe belangrijk het is om een laagdrempelig alternatief te bieden voor de civiele rechter. Ik zie dagelijks hoeveel mensen dankzij De Geschillencommissie wél hun recht kunnen halen, terwijl dat via de civiele rechter voor velen te duur of te complex is.
Daarnaast heb ik ook geleerd hoe belangrijk het is om je als alternatieve geschilleninstantie goed te positioneren. Hoewel veel mensen dankbaar gebruikmaken van onze procedure, zijn er ook mensen die twijfelen aan onze onafhankelijkheid en betrouwbaarheid. Juist omdat wij die onafhankelijkheid en onpartijdigheid hoog in het vaandel hebben staan, is het een voortdurende opgave om dat ook zichtbaar te maken voor de burger.
Daarom is het belangrijk dat we ons werk zoveel mogelijk zichtbaar maken, door uitspraken te publiceren, helder te communiceren en te laten zien hoe wij werken. Op die manier brengen we het recht terug naar de mensen. Het helpt dat onze directeur-bestuurder Jacqueline Berkelaar ieder jaar een gastcollege mag geven binnen de masteropleiding, zodat nieuwe juristen al vroeg kennismaken met het bestaan van De Geschillencommissie en haar rol in de rechtsstaat.
Waar ben je momenteel mee bezig bent in je functie?
Bij ons noemen ze de juristen wel eens het ‘geweten van de commissies’.
Het grootste deel van mijn tijd besteed ik aan het beantwoorden van juridische vragen van collega’s die de dossiers voorbereiden voor de commissie. Daarnaast vervul ik ook een rol als een soort beleidsmedewerker en adviseur: ik denk mee over de inrichting van procedures en werkinstructies, zodat het proces voor alle partijen zo soepel mogelijk verloopt.
Ook onderhoud ik contact met de aangesloten brancheorganisaties en consumenten- of patiëntenorganisaties. Samen bespreken we wat er speelt in de sector en wat we leren van de klachten en geschillen die bij de commissies terechtkomen.
Een belangrijk onderdeel van mijn werk is het analyseren van uitspraken van de commissie. Op basis daarvan schrijven we juridische analyses, zodat de kennis en inzichten uit die uitspraken terugvloeien naar de praktijk. Denk bijvoorbeeld aan vragen als: wanneer mag een nabestaande inzage krijgen in het medisch dossier van een overleden dierbare? Of: wanneer is een eenzijdige opzegging door een kinderopvangorganisatie gerechtvaardigd, en wanneer niet? Door deze kennis te delen, hopen we toekomstige geschillen te voorkomen.
En als het even kan, schrijf ik zelf ook uitspraken. In die gevallen ondersteun ik de commissie ter zitting als secretaris en stel ik daarna de uitspraak op, vergelijkbaar met de rol van een griffier bij de rechtbank.
Wat vind je het leukste aan jouw huidige baan?
Het leukste aan mijn baan vind ik de variatie. Ik ben jurist voor 21 commissies in de zorg: van de commissies Ziekenhuizen, Kinderopvang en Ambulancezorg tot de Geestelijke Gezondheidszorg en, recenter, bijvoorbeeld ook twee commissies binnen het Sociaal Domein. Dat laatste is weer een heel andere tak van sport.
Die afwisseling maakt mijn werk boeiend, niet alleen door de diversiteit aan onderwerpen en rechtsgebieden, maar ook door de verschillende mensen met wie ik samenwerk en de uiteenlopende vraagstukken die langskomen. Geen dag is hetzelfde.
Daarnaast ben ik trots om onderdeel te zijn van De Geschillencommissie. Als relatief kleine stichting leveren we een grote maatschappelijke bijdrage door het recht toegankelijker te maken voor iedereen.
Kon je makkelijk een baan vinden?
Na het gastcollege van Jacqueline Berkelaar heb ik een motivatiebrief gestuurd naar De Geschillencommissie, met de vraag of ik daar, naast het schrijven van mijn masterscriptie, stage kon lopen om praktijkervaring op te doen. Vanuit die stage ben ik vervolgens doorgegroeid: van secretariaatsmedewerker, naar paralegal en uiteindelijk jurist.
Ik kan dus niet zeggen dat ik moeite heb gehad met het vinden van een baan. Ik had het geluk dat ik binnen De Geschillencommissie de ruimte kreeg om me te ontwikkelen en door te groeien op het moment dat ik daar zelf aan toe was. Ik was op de juiste plek op het juiste moment kun je wel stellen.
Wat zijn je ambities voor de komende jaren?
Ik vind het belangrijk om mijn kennis te blijven bijspijkeren. Zo heb ik recent het vak Gezondheidsrecht aan de VU gevolgd en afgerond, goed om me daarin verder te verdiepen. Verder ben ik bezig om mezelf te verdiepen in buurtbemiddeling, ik wil me daar graag voor inzetten om te kijken of het bemiddelen nu echt goed in mijn straatje past of dat dat enkel een idee is. Ik heb namelijk nog steeds de ambitie om mezelf te ontwikkelen als bemiddelaar, ik weet niet of ik die rol uiteindelijk zal kunnen toepassen bij De Geschillencommissie of dat ik uiteindelijk daar toch een andere route voor zou moeten kiezen, maar dat is toekomstmuziek.
Heb je advies voor alumni die net hun diploma hebben behaald en hun carrière willen starten?
Ik heb er toentertijd zelf voor gekozen om een half jaar langer over mijn master te doen. In het eerste jaar heb ik al mijn vakken afgerond, en in het daaropvolgende half jaar heb ik mijn scriptie geschreven én vrijwillig stage gelopen (dus niet voor studiepunten).
Dat bleek een goede keuze. Omdat ik niet aan een specifieke opdracht of beoordelingscriteria was gebonden, had ik alle ruimte om te ontdekken en mezelf te ontwikkelen. Ik had het geluk dat ik na mijn stage bij De Geschillencommissie kon blijven werken, maar los daarvan denk ik dat het een fijne manier is om het werkveld te verkennen, zeker als je nog nooit stage hebt gelopen.