In de afgelopen decennia kwam hier een tweede perspectief bij. Vertrouwen wordt gezien als gebaseerd op informatie over de ander. Deze informatie is nooit volledig – anders is vertrouwen niet nodig – maar biedt wel een basis voor beslissingen. Voor wantrouwen geldt hetzelfde. Zo ontstaat een gebied op het continuüm waar zowel vertrouwen als wantrouwen laag zijn.
Een derde perspectief, eind vorige eeuw geïntroduceerd, stelt dat vertrouwen en wantrouwen twee onafhankelijke begrippen zijn. Dit betekent dat je een ander tegelijk in hoge mate kunt vertrouwen én wantrouwen. Recente onderzoeken (Verhoest c.s., 2024) laten zien dat dit derde perspectief in publieke governance-contexten het meest verklarend is.
Wat betekent dit in de praktijk? Als je iemand wantrouwt, probeer je meestal contact te vermijden. In de publieke sector zijn samenwerkingsverbanden echter vaak verplicht. Zo moeten inspecties samenwerken met het Openbaar Ministerie en de politie, en werken gemeenten samen met jeugdbeschermingsorganisaties. Ook bij wantrouwen is samenwerking dus onvermijdelijk, wat vraagt om inzicht en professionele omgang met complexe relaties.
Vertrouwen en wantrouwen worden daarom steeds belangrijker in public control en public governance. Bij het Zijlstra Center komen deze thema’s uitgebreid aan bod in de opleidingen, waarin deelnemers leren hoe ze effectieve samenwerking en verantwoorde besluitvorming kunnen realiseren, zelfs in situaties van spanning of onzekerheid.