Waar de onbedoeld filosofische uitspraak "Ik ben beleid" van minister Faber de afgelopen periode herhaaldelijk en ironisch opdook, werd tijdens de tweede bijeenkomst van de Dialogue Incubator lachend uitgeroepen: "Ik ben dialoog." Het idee om 'dialoog te zijn' roept direct vragen op: wanneer kun je eigenlijk spreken van dialoog, en wat is ervoor nodig? Want dialoog is zeker niet vanzelfsprekend, vooral niet in deze tijd. Voor de wetenschappers die deelnemen aan de Dialogue Incubator is dit de uitdaging: zij willen een moment creëren waarin zij met de juiste mensen in een ruimte samenkomen, waar iedereen zich vrij voelt om bij te dragen aan de dialoog en waar zelfs schurende en ongemakkelijke vragen gesteld kunnen worden. Dit vergt een zorgvuldige aanpak, en precies daarop richtten we ons tijdens de tweede bijeenkomst van de Dialogue Incubator.
Met onze groep van acht onderzoekers, en als speciale gast de voorzitter van het College van Bestuur, Margrethe Jonkman, doken we dieper in de kunst van dialoog ontwerpen. De dag begon met de introductie van ons model voor inclusieve dialoog en deliberatie—een soort stappenplan waarmee onderzoekers een eigen dialoog kunnen opzetten. We starten met het einddoel: stel je een magisch moment voor over een paar maanden, waarin alles samenkomt en het werkt. Je hebt eindelijk de groep mensen bij elkaar die iets moeten vinden van het onderwerp waar jij onderzoek naar doet. Wat gebeurt er dan? Wie zijn erbij? Welke rollen hebben ze? En hoe draag jij als onderzoeker bij? Vanuit dit beeld werkten we stap voor stap terug om helder te krijgen welke vragen, methoden en randvoorwaarden nodig zijn.
Wanneer er echt keuzes gemaakt moeten worden, blijkt dat dialoog geen loze term is die te pas en te onpas gebezigd wordt, maar ons voor complexe uitdagingen stelt. Naarmate een dialoogbijeenkomst concreter wordt, moeten er steeds meer aspecten in overweging worden genomen. Zo vertelde een onderzoeker die werkt aan inclusieve genderzorg over de uitdagingen van het betrekken van trans personen in gesprekken met cisgender deelnemers. Hun ervaringen met marginalisatie maken een veilige omgeving essentieel, wat vraagt om een andere opzet en aanpak dan simpelweg groepen samenbrengen. Een andere deelnemer, die onderzoek doet naar bijstandsuitkeringen, ervaart weer andere dynamieken. De machtsongelijkheid tussen beleidsmakers, onderzoekers en bijstandsontvangers beïnvloedt de openheid van de gesprekken. We bespraken mogelijkheden om juist de achterban van actiegroepen of vakbonden te betrekken in plaats van enkel woordvoerders, zodat er een breder en genuanceerd perspectief naar voren komt.
Op 25 november gaan we verder met een training over het voeren en begeleiden van dialoog. Begin 2025 gaan de wetenschappers daadwerkelijk aan de slag en organiseren zij hun eigen dialoog.