Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Impact en valorisatie Samenwerken met ons Alumni Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

'Het is een feestje om dit thuis te mogen doen'

Eind augustus strijken roeiers uit zo'n zestig landen neer op de Bosbaan. Voor VU-alumnus Tinka Offereins, olympisch kampioen in de vier-zonder, is het een thuiswedstrijd: hier stapte ze tien jaar geleden voor het eerst in een boot.

Tekst: Cylia Hendriks | Foto: Susanne Ottenheym | 10 augustus 2026
Een decennium geleden zat je daar nog in de boot als beginner. Je kwam uit de atletiekwereld. Wat trok je over de streep? 
‘Atletiek was mijn eerste liefde, ik ben er letterlijk mee opgegroeid. Mijn moeder trainde op de baan en parkeerde mij en mijn broertje zolang in een speeltentje langs de kant. Ik was er best goed in, maar liep vaak blessures op. Ik was zó fanatiek dat ik zomervakanties liet schieten om aan het NK mee te doen. En als ik dan geblesseerd raakte, had ik die vakantie voor niks gemist. Daar was ik op een gegeven moment klaar mee. 

Mijn broertje zat al bij Okeanos en zei: “Moet jij dit niet eens proberen?” Ik ben 1,87 meter, en tussen al die petite atletiekmeisjes voelde ik me altijd enorm. Eind 2015 ging ik naar een open dag van Project 2020, het talenttraject van Nico Rienks. Daar was ik opeens normaal qua lengte en gewicht. Ik had mijn eigen diersoort gevonden.’ 

'Ik had mijn eigen diersoort gevonden' 

Je verruilde een individuele sport voor een boot met drie of zeven anderen. Wat veranderde daardoor? 
‘Bij atletiek draait alles om jouw eigen prestatie: jij loopt, wint of verliest. Bij roeien moet je individueel nog steeds heel goed zijn, want een boot wordt niet sneller dan de mensen die erin zitten. Maar je traint niet om zelf de beste te zijn, je traint om samen de snelste combinatie te vormen. Ik noem het weleens een individuele teamsport: eerst word je in je eentje de beste versie van jezelf, en pas daarna komt dat samen in één boot. Dat we het samen doen is precies wat me aanspreekt. Anders wordt het snel eenzaam.’ 

Je begon je studie aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO). Waarom stapte je over naar Bewegingswetenschappen aan de VU? 
'Ik dacht: ik vind kinderen leuk, ik hou van sporten, ik ga de ALO doen. Dat was een goed begin, maar in het derde jaar wist ik: voor de klas staan is niets voor mij. De ALO is heel schools, er zijn vooral praktijkvakken, en ik werd steeds nieuwsgieriger naar de theorie erachter. Ik wilde naar de universiteit, naar meer zelfstandigheid en op mijn eigen manier leren. Via een schakelprogramma kwam ik bij Bewegingswetenschappen terecht. Daar zat ik meteen in een leuk groepje, en ik vond het fijn om tussen twee trainingen door naar college te gaan.’ 

Hoe zag je week eruit toen je Bewegingswetenschappen met het roeien combineerde? 
‘Elke woensdag moesten we om half zeven ‘sochtends trainen, terwijl mijn college pas om elf uur begon. Dan was ik chagrijnig dat ik zo vroeg op moest. Maar de rest van mijn ploeg had gewoon een baan en moest na de training door naar het werk. Zo vroeg roeien was voor hen de enige optie, dus niemand vond het gek. Ik was de enige die daarna weer haar bed in kon, met een tweede ontbijt erachteraan. Soms viel ik tijdens college bijna in slaap boven mijn bakje havermout. Een groot deel van mijn sociale leven wás die ploeg: samen eten, trainen, studeren.’ 

Heb je ooit overwogen om te stoppen? Met studeren, of juist met roeien? 
‘Ik heb wel stress gehad, maar bij Bewegingswetenschappen zaten er altijd mensen in trainingskleren in de collegezaal. De studie was daarop ingesteld. Ploeggenoten op andere faculteiten hadden het waarschijnlijk lastiger. Toen de uitnodiging van de roeibond kwam om deel uit te maken van team Oranje, had ik mijn master al bijna afgerond. Ik had mijn diploma dus al binnen toen het écht begon. Corona hielp ook: er waren nauwelijks wedstrijden. Mijn diploma kwam gewoon met de post.’ 

Bewegingswetenschappen gaat over precies wat jij dagelijks met je lichaam doet. Ben je daardoor anders gaan roeien? 
‘Veel van wat onze coaches en fysiologen zeiden, klonk voor mij heel logisch: herstel, typen spiervezels. Ik dacht dat iedereen dat wist. Toen kwam ik erachter dat sommigen die termen nog nooit gehoord hadden. Daardoor kon ik diepgaandere vragen stellen. En ik leerde vooral hoe je in een team werkt: alle teamprocessen bepalen uiteindelijk welke prestatie je levert." 

Je werkt nu bij DiVitaal en daar help je werkenden fitter en vitaler te worden. Wat neem je uit je studie en uit de boot mee naar dat werk? 
‘Bij DiVitaal willen we iets beginnen in de preventie, omdat er zoveel burn-outs zijn. Dat staat nog in de kinderschoenen; na het WK gaan we er echt mee aan de slag. Daarnaast geef ik nu al presentaties en clinics met ploeggenoot Hermijntje Drenth, die ook aan de VU studeerde. Daarin gaat het over hoe je met heel verschillende persoonlijkheden toewerkt naar één grote prestatie. 

Hermijntje en ik lijken qua uiterlijk op elkaar, allebei lang en blond, maar onze karakters kunnen niet meer verschillen. Zij is heel gestructureerd, afspraak is afspraak. Ik ben meer van “we zien wel”. In het begin botste dat enorm, we hebben een paar keer flink ruzie gehad. Tot we doorkregen dat we die verschillen als kracht konden inzetten. Door haar structuur liep alles soepel, door mijn relaxte houding bleef de sfeer goed. We vragen altijd aan de zaal: “Wie voelt zich meer een Hermijntje, wie meer een Tinka? “ Dat is ongeveer half-half.’ 

'Hermijntje en ik lijken qua uiterlijk op elkaar, allebei lang en blond, maar onze karakters kunnen niet meer verschillen'

Welk advies geef je de topsportstudent in de dop die nu op Uilenstede woont en droomt van de Olympische Spelen? 
‘Wees niet te streng voor jezelf en durf fouten te maken. En blijf communiceren, zodat de mensen om je heen weten waar je mee bezig bent en wat je doelen zijn. Dat merkte ik ook bij mijn scriptiebegeleiding. Als docenten niet op de hoogte zijn van wat er speelt, weten ze het ook niet als het even wat minder gaat.’ 

En dan, eind augustus, je eerste WK op de vertrouwde Bosbaan. 
‘De vorige keer dat het WK in Nederland was, in 2014, roeide ik nog niet eens. Het is echt een feestje om dit thuis te mogen doen.’ 

VU-alumni op het WK roeien

VU-alumni op het WK roeien

Tinka Offereins is een van de VU-alumni die Nederland vertegenwoordigen op het WK roeien. Dit zijn de andere VU-alumni die uitkomen voor Oranje:

Ymkje Clevering
Hermijntje Drenth
Rik Rienks
Wibout Rustenburg

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Universiteitsbibliotheek Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam