‘Vanaf de tweede klas van de middelbare school leek geneeskunde me al heel leuk’, vertelt Babette (23). ‘Ik heb altijd veel interesse gehad in het menselijk lichaam.’ Toch zette ze die droom opzij. Ze was inmiddels keepster in nationale jeugdteams en trainde vijf keer per week. 'Ik dacht niet dat studeren onmogelijk was, maar geneeskunde is zo'n intensieve opleiding dat ik het mezelf wel heel moeilijk zou maken door die met topsport te combineren.'
Tijdens open dagen liep ze echter telkens weer naar de stand van geneeskunde. ‘Uiteindelijk dacht ik: ik vind niks leuker dan geneeskunde. Ik ga het gewoon proberen. Dan kan ik later nooit spijt hebben dat ik het niet geprobeerd heb.’
Een universiteit die topsport serieus neemt
Dat ‘proberen’ deed Babette heel bewust bij de Vrije Universiteit Amsterdam. ‘Ik kende meiden uit de hockeywereld die daar geneeskunde deden. Heel simpel gezegd wist ik gewoon dat ze bij de VU laten zien dat ze topsporters een kans willen geven. Toen dacht ik: als ik het ergens moet gaan proberen, dan is het bij de VU. Bij de selectieprocedure daar tellen verschillende onderdelen van je CV en motivatie mee; topsport dus ook!'
De combinatie van topsport en studie bleek intensief. Colleges, practica, tentamens en trainingen vroegen voortdurend om een strakke planning. Dankzij de topsportregeling kreeg Backers de ruimte om haar onderwijs beter af te stemmen op haar sportschema. ‘Ik mocht zelf kiezen bij welke practicumgroep ik aansloot, zodat het in mijn trainingsschema paste. Ook werd meegedacht over herkansingen en praktische oplossingen wanneer trainingen of wedstrijden botsten met het onderwijs. Uiteindelijk moet je gewoon dezelfde opleiding doen als iedereen. Maar er wordt wel gekeken hoe je dat zo goed mogelijk kunt organiseren.’
Een studieadviseur als aanspreekpunt
Tijdens haar studie had Babette af en toe contact met de studieadviseur. Voor haar persoonlijk was dat minder een vaste steun, omdat ze vanuit haar omgeving veel begeleiding kreeg van mensen die bekend waren met zowel studeren als topsport. Tegelijkertijd ziet ze wel de waarde van een studieadviseur, zeker voor studenten die die ervaring of begeleiding minder om zich heen hebben.
'Voor mij zat de uitdaging vooral in de praktische kant. Soms wilde ik mijn opleiding anders indelen vanwege trainingen of internationale verplichtingen, maar bleek daar niet altijd ruimte voor te zijn. Dat was af en toe frustrerend, maar ook begrijpelijk. Tegelijkertijd denk ik dat een studieadviseur juist veel kan betekenen voor studenten die niet zo'n netwerk hebben. Dan is het heel fijn als er iemand is die met je meedenkt over de mogelijkheden binnen de opleiding.'
Volgens Backers blijft het belangrijk dat universiteiten blijven zoeken naar manieren waarop studie en topsport zo goed mogelijk gecombineerd kunnen worden. 'Je zult uiteindelijk gewoon aan dezelfde eisen moeten voldoen als iedere andere student. Maar als er ruimte is om de planning slim in te richten, maakt dat voor topsporters vaak een wereld van verschil.'