Wat inspireerde je om voor de opleiding Rechtsgeleerdheid te kiezen?
Al van jongs af aan ben ik geïnteresseerd in de samenleving en de vraagstukken die daarin spelen. Omdat het recht (bijna) op al die terreinen aanwezig is, leek deze studie hierop het best aan te sluiten. Daarnaast kwam een groot deel van mijn motivatie voort uit mijn politieke interesse. In de politiek worden immers beslissingen genomen die uiteindelijk vorm krijgen in wet- en regelgeving. Ik heb altijd willen begrijpen hoe dat proces precies werkt.
Waar werk je momenteel?
Momenteel werk ik als Juniordocent aan de VU, binnen de sectie Staats- en bestuursrecht. Na het afronden van mijn master aan de VU kreeg ik de mogelijkheid om als docent aan de slag te gaan. In deze functie verzorg in werkgroepen voor eerstejaarsstudenten.
Heb je dit altijd al willen doen?
Lesgeven aan de universiteit stond in eerste instantie niet op mijn planning. Niet omdat het mij geen aantrekkelijke mogelijkheid leek, maar omdat ik—zoals veel rechtenstudenten—mijn pijlen vooral op de advocatuur had gericht. Daardoor had ik het onderwijs eerlijk gezegd nooit echt overwogen. Dat terwijl mijn belangstelling voor de advocatuur juist sterk verbonden was met vaardigheden en aspecten die ook in het onderwijs een grote rol spelen. Zo vond ik het leuk om juridische vraagstukken uit te pluizen, voor een groep te staan en informatie begrijpelijk uit te leggen. Deze vaardigheden en interesses komen nu tot uiting in het docentschap. En dat bevalt goed!
Welke afstudeerrichting heb je gekozen?
Ik heb de afstudeerrichting Jurist en Overheid gevolgd. Deze afstudeerrichting heeft betrekking op het staats- en bestuursrecht.
Hoe heb je de opleiding aan de VU ervaren?
Ik kijk met veel plezier terug op mijn studie, en vooral op de masterfase. In die periode kreeg ik de kans om me echt te verdiepen in het rechtsgebied dat mij het meest aanspreekt: het staats- en bestuursrecht. Binnen de afstudeerrichting Jurist & Overheid wordt dit rechtsgebied vanuit verschillende invalshoeken belicht. Je bestudeert niet alleen het recht, maar houdt ook oog voor de maatschappelijke en bestuurlijke context waarin het functioneert.
Wat ik daarnaast bijzonder heb gewaardeerd, is de kleinschalige opzet van de master en de grote diversiteit aan docenten en hoogleraren. Dit maakte het contact met medestudenten gemakkelijk, maar zorgde er ook voor dat de docenten en hoogleraren heel benaderbaar waren. Dat was fijn. Juist omdat zij ook veel praktijkervaring meebrachten. Op die manier wisten zij de stof vaak concreet en levendig te maken. Dat maakte het niet alleen makkelijker om de theorie te begrijpen, maar ook inspirerend om te zien hoe het recht in de praktijk werkt.
De grootste uitdaging vond ik het verschil met de bachelor. De master is een stuk vrijer opgezet en bevat ook veel meer inleveropdrachten naast de werkgroepen. Ik heb veel vaker essays moeten schrijven en presentaties moeten geven, terwijl dat in de bachelor nauwelijks aan bod kwam. Daarnaast ligt het tempo duidelijk hoger en word je voortdurend aangespoord om kritisch te denken. Dat was uitdagend, maar vooral heel leerzaam.
Waren er specifieke vakken of projecten die je bijzonder interessant vond?
Tijdens mijn master sprongen er voor mij een paar vakken echt uit: Wetgeving, Rechtsstaat en grondrechten en de VAR-pleitwedstrijd.
De master start met het vak Wetgeving, dat verspreid is over twee blokken. Wat dit vak uniek maakte, is dat je echt in de rol van wetgever mocht stappen. Waar je in de bachelor vooral leert wetten te bestuderen en toe te passen, verdiep je je hier in de techniek achter wetgeving en de beleidsmatige afwegingen die eraan voorafgaan. Voor mij ging er echt een wereld open. Met name door het praktische deel van het vak. Vanuit een ministerie kregen wij namelijk de opdracht om een oplossing te bedenken voor de woekerhandel bij de doorverkoop van toegangskaarten. Daarbij moesten we nadenken over vragen als: is wetgeving wel het juiste instrument, welke oplossingen zijn haalbaar en is hier wel een rol voor de overheid weggelegd? Maar ook de technische kant was bijzonder. Hoe formuleer je een bepaling, hoeveel leden geef je een artikel en hoe structureer je dat? Door dit proces kreeg ik een compleet nieuw inzicht in de wereld achter wetgeving.
Een ander vak dat indruk op mij maakte, was Rechtsstaat en grondrechten. Hier stonden fundamentele en actuele vraagstukken centraal, die ook buiten de werkcolleges volop in het nieuws waren. En juist die aansluiting op de actualiteit, waardeerde ik het meest. Mijn master viel samen met een, naar mijn mening, politiek turbulente periode, waarin het kabinet-Schoof ingrijpende plannen presenteerde op het gebied van asielmigratie. Tijdens de werkcolleges bespraken we dit thema uitvoerig, maar ook andere onderwerpen als klimaatverandering, algoritmische besluitvorming en constitutionele toetsing. Deze aansluiting maakte zichtbaar hoe nauw het recht verweven is met maatschappelijke ontwikkelingen en heeft ook bijgedragen aan mijn begrip van actuele problemen.
Last but not least: de VAR-pleitwedstrijd. Samen met een groep studenten mocht ik de VU vertegenwoordigen tijdens deze nationale bestuursrechtelijke pleitwedstrijd, waarin verschillende universiteiten het tegen elkaar opnemen. Vier maanden lang werkten wij intensief aan een bestuursrechtelijke casus: we verdiepten ons in de stukken, schreven processtukken en oefenden met het pleiten vanuit verschillende rollen. Het was uitdagend, maar ontzettend leerzaam en leuk. Ik heb er niet alleen beter leren schrijven en juridisch redeneren, maar ook mijn spreekvaardigheid en zelfvertrouwen voor een publiek sterk ontwikkeld. Voor mij was dit een van de hoogtepunten van de master, en ik kan deze ervaring van harte aanbevelen aan iedere student die de advocatuur ambieert of simpelweg zijn schrijf- en pleitvaardigheden verder wil ontwikkelen.
Wat vind je het leukste aan jouw huidige baan? Wat geeft je het meeste energie?
Een van de grootste verrassingen tot nu toe is hoeveel ik van het lesgeven geniet. Tijdens mijn studie merkte ik al dat ik het fijn vond om medestudenten te helpen met de stof. Vlak voor tentamens de stof doornemen, uitleg geven en vragen beantwoorden gaf me niet alleen beter begrip van de stof, maar ook echt plezier. Destijds zag ik echter niet dat dit iets was wat ik later professioneel zou doen.
Die ervaring uit mijn studententijd maakte de overgang naar het echte lesgeven enigszins logisch, maar nog altijd spannend. Toen ik afgelopen zomer begon met de voorbereidingen voor mijn eerste lessen, vroeg ik me af of ik wel voor een groep studenten kon staan en of ik serieus genomen zou worden. Het voelde alsof ik een sprong in het diepe maakte, maar juist doordat ik al gewend was om uit te leggen en kennis te delen, verdwenen die twijfels verrassend snel. Al tijdens mijn eerste werkgroep voelde het natuurlijk en vertrouwd, alsof ik dit al eerder had gedaan.
Een ander verrassend inzicht is dat werkelijk geen enkele werkgroep hetzelfde is. Aanvankelijk vroeg ik me af of ik me niet zou vervelen als ik vijf à zes keer per week dezelfde stof moest presenteren. Niets is minder waar. Elke werkgroep wordt gevormd door de studenten die er zitten, hun vragen, hun energie en hun manier van leren. Daardoor ontstaat elke keer weer een unieke dynamiek en voelt geen enkele les hetzelfde. Dat houdt het lesgeven voor mij verrassend en uitdagend.
Kon je makkelijk een baan vinden?
Voor mij verliep de overgang naar het werkleven vrij soepel. Kort na mijn afstuderen kon ik direct aan de slag als docent. Deze kans ontstond eigenlijk spontaan: tijdens een gesprek met een van mijn docenten vroeg zij of het docentschap mij misschien iets leek. Toen ik aangaf dat het onderwijs mij wel aansprak, werd ik al gauw in contact gebracht met de sectie. Een groot deel van deze soepele overgang komt dus voort uit de kleinschaligheid van de afstudeerrichting en het nauwe contact met docenten. Die betrokkenheid maakte het makkelijker om mogelijkheden te ontdekken.
Heb je tips voor huidige studenten die overwegen in hetzelfde vakgebied te werken?
Mijn grootste tip zou eigenlijk zijn: overweeg ook het onderwijs. Als je daar al over nadenkt, vind ik dat op zich al heel waardevol, zeker omdat ik er zelf niet aan had gedacht. Daarnaast raad ik aan om contact te maken met docenten en hoogleraren en je aanwezigheid kenbaar te maken. Door de kleinschaligheid van de afstudeerrichting is het relatief eenvoudig om je interesse kenbaar te maken. Je kunt bijvoorbeeld een mail sturen naar een docent of hoogleraar om hierover van gedachten te wisselen, maar ook je scriptiebegeleider benaderen. Dat voelt vaak laagdrempeliger omdat je daar het meeste contact mee hebt.
Daarnaast zou ik willen meegeven dat het waardevol is om tijdens de master te oefenen met presentatievaardigheden. De afstudeerrichting biedt daar verschillende mogelijkheden voor, zoals het Studentenparlement en de VAR-pleitwedstrijd. Dat soort ervaringen helpen je om belangrijke vaardigheden te ontwikkelen die je in het onderwijs goed kunt gebruiken.
Als laatste tip: laat onzekerheid of twijfels je niet tegenhouden, zeker als je kort na het afstuderen voor de klas wil gaan staan.