In richtlijnen voor mensen met een ernstig psychische aandoening (EPA) staat beschreven dat leefstijl een integraal onderdeel van de behandeling zou moeten zijn. “Toch blijft dit onderdeel in de geestelijke gezondheidszorg nog te vaak liggen”, stelt gezondheidswetenschapper Marcel Adriaanse vanuit zijn werkkamer aan de VU. Een gesprek met de onderzoeker over de ontwikkeling van leefstijlinterventieprogramma SMILE, de effectiviteit van het programma en zijn missie om ggz-instellingen hiermee te laten werken. “Lichaam en geest zijn sterk verbonden met elkaar.”
De ontwikkeling van dit leefstijlprogramma begon in 2018. Hoe heeft SMILE zich in de loop der jaren ontwikkeld?
Adriaanse: “In 2018 presenteerde het kabinet het Nationaal Preventieakkoord. Er kwam toen meer aandacht voor een gezonde leefstijl: gezonder eten, minder roken en drinken, en meer bewegen. Tegelijkertijd zagen we dat juist mensen met EPA vaak te maken hebben met lichamelijke gezondheidsproblemen, zoals overgewicht, een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes. Voor hen was er in Nederland nog weinig tot geen structurele leefstijlondersteuning binnen de ggz. En de urgentie is groot: deze groep heeft een veel lagere levensverwachting.”
“In onze zoektocht naar een passend programma hebben we ons laten inspireren door STRIDE, een leefstijlinterventie uit de Verenigde Staten die al succesvol was onderzocht bij mensen met ernstige psychische aandoeningen. We dienden daarom een voorstel in voor een soortgelijk programma, maar dan aangepast aan de Nederlandse context. Dat werd SMILE: Severe Mental Illness Lifestyle Evaluation.”
In een klinische studie hebben jullie toen een jaar lang dit programma ondergebracht bij 21 teams van 8 ggz-instellingen. Welke resultaten kwamen hieruit?
“Een heel concreet resultaat was dat cliënten na één jaar gemiddeld 3,3 kilo meer waren afgevallen dan cliënten die gebruikelijke zorg kregen. Bij deelnemers die het meest consequent deelnamen aan de sessies, liep het gewichtsverlies zelfs op tot gemiddeld 4,9 kilo. Maar minstens zo belangrijk was dat de uitval beperkt bleef: meer dan tachtig procent volgde het hele programma. Vooraf bestond er scepsis. Voor deze doelgroep zou een dergelijk programma te ingewikkeld zijn, , waardoor een hogere uitval te verwachten zou zijn. Maar dat bleek in de praktijk erg mee te vallen. Deelnemers wilden juist graag meedoen.”
Waarom denk je?
“De behandeling van cliënten met EPA is vaak sterk gericht op medicatie. En begrijp me goed: medicatie is in veel gevallen noodzakelijk en kan mensen helpen om klachten te stabiliseren. Maar een pil is niet de oplossing voor alles. Deelnemers gaven aan dat ze het prettig vonden om eens niet alleen met hun ziekte bezig te zijn. In plaats daarvan besteedden zij aandacht aan thema’s als voeding, beweging, slaap, stress, met aandacht voor eigen regie enhet bevorderen van gezond gedrag..”
“Daarmee verschuift het gesprek. Niet alleen: kunnen we iets aanpassen aan je medicatie? Maar ook: wat kun je, stap voor stap, veranderen aan je leefstijl om je gezondheid te verbeteren? Dat werkt minder stigmatiserend. Het geeft mensen bovendien het gevoel dat ze zelf weer een stukje invloed hebben op hun gezondheid.”
Inzetten op leefstijl als onderdeel van reguliere behandeling klinkt niet bepaald als hogere wiskunde. Waarom gebeurt het dan nog te weinig?
“Lichaam en geest zijn sterk met elkaar verbonden. Veel professionals in het veld zeggen dat ze ‘wel iets met leefstijl’ doen. Dat is mooi, maar het is niet genoeg. Soms is er ook sprake van gebrek aan tijd en middelen. Er ligt dus ook een verantwoordelijkheid bij managers en bestuurders van instellingen. Vaak staan er op websites prachtige teksten over het belang van leefstijl, herstel en brede ondersteuning. Maar als je deze doelgroep écht wilt helpen, moet je leefstijlzorg structureel en systematisch organiseren.”
“Nu er een kosteloos beschikbaar en wetenschappelijk onderzocht programma ligt, roep ik ggz-instellingen op: maak tijd en ruimte vrij voor professionals om hiermee te werken. Niet als extraatje naast de behandeling, maar als vast onderdeel van goede zorg.”
Kunnen professionals niet naar eigen inzicht een aantal sessies kiezen om met hun cliënten te behandelen?
“Op zich is iets doen met leefstijl altijd beter dan niets doen. Maar als zweminstructeur laat je een kind toch ook niet in de tweede les zonder bandjes in het diepe springen? Je begint met leren trappelen. vervolgens leer je drijven en pas later oefen je verder met vaardigheden onder water. Daar zit een logische volgorde in. Voor leefstijlverandering geldt hetzelfde. Het is verleidelijk om onderdelen uit het programma te kiezen, maar duurzame gedragsverandering ontstaat niet door losse sessies. Daarvoor heb je opbouw, herhaling en begeleiding nodig. Juist die systematische en planmatige aanpak maakt SMILE sterk.”
Over SMILE
SMILE is een leefstijlprogramma van één jaar voor mensen met een ernstige psychische aandoening. Het programma bestaat in totaal uit 30 groepssessies: eerst een half jaar wekelijks, daarna een half jaar maandelijks. De sessies duren twee uur en worden begeleid door getrainde ggz-professionals uit het eigen behandelteam.
Elke sessie heeft een vaste opbouw. Deelnemers blikken terug op de afgelopen periode, bespreken een leefstijlthema en formuleren een haalbaar doel om mee aan de slag te gaan. De thema’s lopen uiteen van gezonde voeding, maaltijdplanning en emotie-eten tot beweging, slaap, stress en de invloed van medicatie op gewicht. Ook is er aandacht voor motivatie, sociale steun, eigen regie en het volhouden van nieuwe gewoonten. Daarnaast wordt iedere sessie afgesloten met een bewegingsonderdeel, zoals een krachtoefening of een wandeling.
Op de website SMILEGGZ vinden zorgprofessionals aanvullende informatie en kunnen zij het volledige leefstijlprogramma gratis gebruiken.