14 november 2017
De aan verwondering gerelateerde aspecten waarop kinderen konden verschillen, waren:
a) hun neiging tot verwondering;
b) de situaties, objecten of ervaringen die hun verwondering oproepen;
c) het type verwondering waartoe zij (het meest) geneigd zijn; en
d) de emoties die hun verwondering begeleiden of eruit voortkomen.
Om deze hypothesen te kunnen toetsen, hadden we een nieuw instrument nodig. Het doel van dit project was daarom de ontwikkeling van zo’n instrument: de Wonder Chart.
Door deze aspecten van de verwonderingservaringen van kinderen systematisch in kaart te brengen, wilden we een gedetailleerd en breed beeld krijgen van het verwonderingsprofiel van elk kind. Dit deden we met behulp van zelfrapportagevragen die waren gekoppeld aan zorgvuldig geconstrueerde vignetten: korte verhalen, soms ondersteund met foto’s, waarin specifieke situaties en de reacties van mensen daarop werden beschreven.
De vragenlijst sloot af met een kort onderdeel waarin kinderen rechtstreeks naar verwondering werd gevraagd: of zij wisten wat het betekende, hoe vaak zij het het zelf meemaakten en wat het bij hen opriep.