Het NTR onderzoekt de rol van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren op individuele verschillen in de geestelijke en lichamelijke gezondheid en is een van de grootste tweelingenregisters ter wereld. Tweelingen zijn cruciaal in genetisch onderzoek omdat ze onderzoekers in staat stellen het onderscheid te maken tussen erfelijke aanleg (genen) en omgevingsfactoren, ook wel de nature-nurture-vraag genoemd. Eeneiige tweelingen delen nagenoeg 100% van hun DNA, terwijl twee-eiige tweelingen gemiddeld 50% delen. Ze vormen daardoor de 'gouden standaard' bij het bepalen in hoeverre eigenschappen erfelijk zijn.
Genomen tellen
René is Technicus bij TO3 en Universitair docent bij de afdeling biologische psychologie. Voor NTR berekent hij polygenetische scores, ofwel de individuele genetische aanleg voor een eigenschap of ziekte. Door de effecten van honderden tot miljoenen kleine, veelvoorkomende DNA-varianten (SNP's) over het hele genoom te samen te voegen, krijg je een risicoscore. Aan de hand van deze score kun je bepalen wat jouw genetische bijdrage is voor een eigenschap (bijvoorbeeld grote lichaamslengte).
Scores bijhouden
Het berekenen van de PGS is een tijdrovend proces met vele variabelen dat nauwgezet moet worden uitgevoerd. ‘Bij een nieuwe aanvraag ben ik, met behulp van de supercomputer, zeker een dag aan het rekenen', schetst René. 'Voor het gebruiken van berekeningen die al eerder zijn gemaakt, ben ik een jaar of vijf geleden begonnen met het ontwikkelen van het PGS-archief. Dankzij deze applicatie is het mogelijk om reeds bekende scores binnen vijf minuten op te halen.
De juiste persoon
René haalt veel voldoening uit het kunnen bijdragen aan onderzoek dat belangrijk is voor de wetenschap en, op termijn, ook voor de kliniek. 'Ik doe dit PGS-werk nu zo'n vijf jaar, sinds mijn voorganger stopte bij de VU. Ik was al een beetje de ‘nerd’ van de afdeling dus dat maakte mij de aangewezen persoon hiervoor.'