Sinds 9/11 worden moslims geframed als ‘anderen’ en is antisemitisme opnieuw opgelaaid. De huidige golf van vooroordelen richt zich specifiek op Joodse en islamitische gebruiken (ritueel slachten, sluier dragen), terwijl christelijke praktijken nog steeds als de norm worden beschouwd. In de academische literatuur worden deze rituele controverses vaak voorgesteld als een conflict tussen seculiere cultuur en (orthodoxe) religie. Wat ondertheoretiseerd blijft, is hoe huidige vormen van vooroordeel voortbouwen op de geschiedenis van antisemitisme en islamofobie, en hoe moderne opvattingen over goede/slechte religie verweven zijn met normatieve christelijke aannames. Hierdoor schiet de academische literatuur niet alleen tekort in het theoretiseren van de complexiteit van islamofobie en antisemitisme, maar draagt zij ook bij aan het problematiseren van de Joodse/islamitische ander en het reproduceren van de norm van (geseculariseerd) christendom.
Dit project stelt daarentegen een verfijnd theoretisch kader voor om de huidige rituele controverses te bestuderen tegen de achtergrond van een cultureel archief bestaande uit normatieve christelijke aannames, moderne ideeën over goede/slechte religie en aanhoudende anti-Joodse/moslim vooroordelen. Methodologisch is dit project baanbrekend. Terwijl het meeste onderzoek naar islamofobie en antisemitisme ofwel bestaat uit casestudy’s die weinig bijdragen aan theorievorming, ofwel sterk theoretisch maar weinig empirisch onderbouwd is, combineert dit project een innovatief theoretisch kader met een gedetailleerd veldwerkplan dat inheemse stemmen erkent als bron van kennis.
Concreet kiest het project voor een etnografische benadering met focus op gemengde koppels, waarbij één partner de norm van (geseculariseerd) christendom belichaamt en de andere behoort tot een Joodse of islamitische minderheid. Deze focus komt voort uit de bevinding dat gemengde koppels fungeren als microkosmossen voor het analyseren van maatschappelijke normen, ongelijkheden en sociale verandering. Door theorie en etnografie te combineren, levert dit project rijke data op over de mate waarin deze koppels worden beïnvloed door het Nederlandse culturele archief. Het biedt tevens een fascinerend laboratorium om te begrijpen hoe zij op creatieve wijze omgaan met maatschappelijke en persoonlijke vooroordelen. Dit zal op zijn beurt bijdragen aan een beter begrip van de complexiteiten rond antisemitisme en islamofobie.
Meer over dit onderzoeksproject
Start-/einddatum:
1 september 2021 tot 31 augustus 2026
Team
Projectleider: prof. dr. Marianne Moyaert (KU Leuven)
dr. Lieke Schrijvers (VU Amsterdam)
Deniz Aktaş (VU Amsterdam & KU Leuven)
dr. Nella van den Brandt (KU Leuven)
Fonds:
NWO-Vidi SGW