Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Wereldburgerschap vraagt vooral om bescheidenheid

Delen
5 juni 2026
In zijn oratie “Optimism against the odds” onderzoekt Freek Colombijn, hoogleraar Wereldburgerschapseducatie vanuit een antropologisch perspectief, hoe global citizenship - wereldburgerschap - nog betekenis kan hebben in een tijd van oorlog, klimaatcrisis, ongelijkheid en politieke polarisatie.

Colombijn begint bewust pessimistisch: genocides, oorlogen, ecologische vernietiging en groeiende sociale ongelijkheid tonen volgens hem aan dat de wereld “tegen optimisme” werkt. Toch verdedigt hij de noodzaak van een vorm van hoopvolle betrokkenheid bij de wereld. Zijn boodschap is dat global citizenship geen juridische status is, maar een houding en praktijk van openheid, verbondenheid en bescheidenheid.

Vier aspecten van wereldburgerschap
Colombijn onderscheidt vier belangrijke aspecten van wereldburgerschap:

Het eerste aspect is een “brede blik”: openstaan voor andere perspectieven en streven naar een rechtvaardigere en duurzamere wereld. Wereldburgerschap vraagt volgens hem om idealisme, ook al lijkt dat soms een luxe vanuit een veilige positie in Europa.

Het tweede aspect bestaat uit “kosmopolitische vaardigheden”: het vermogen om zich cultureel flexibel en respectvol te bewegen tussen verschillende sociale en culturele contexten. Colombijn illustreert dit met persoonlijke ervaringen uit Indonesië, waar hij leerde dat vanzelfsprekende Nederlandse omgangsvormen elders als onbeleefd kunnen worden ervaren. Wereldburgerschap betekent hier: leren omgaan met verschil, vaak door fouten te maken.

Het derde aspect is een “gevoel van verbondenheid” met een bredere menselijke én niet-menselijke gemeenschap. Colombijn verwerpt het idee van wereldburgerschap als identiteit tegenover anderen, omdat dat opnieuw uitsluiting creëert. In plaats daarvan pleit hij voor een gevoel van gedeelde afhankelijkheid tussen mensen, dieren, natuur, en zelfs tussen generaties. Hij verwijst hierbij naar UNESCO en naar antropologisch onderzoek dat laat zien hoe mensen, ook onder moeilijke omstandigheden, zoeken naar erkenning en verbondenheid.

Het vierde en volgens Colombijn belangrijkste aspect is “bewustzijn van eigen privileges”. Wereldburgerschap vereist zelfreflectie, bescheidenheid en de bereidheid ruimte te maken voor anderen. Hij noemt dit “trying modesty”: proberen bescheiden te zijn.

Waarde van antropologie
Antropologie speelt in deze visie een cruciale rol. Volgens Colombijn leert antropologie mensen om werkelijk naar anderen te luisteren, hun perspectieven serieus te nemen en culturele verschillen niet meteen te beoordelen vanuit eigen normen. Hij verdedigt daarbij cultureel relativisme en waarschuwt tegen “chronocentrisme”: het veroordelen van mensen uit het verleden uitsluitend met hedendaagse normen. Tegelijk benadrukt hij dat dekolonisatie van de academische wereld noodzakelijk is: niet alleen symbolisch, maar ook in wie kennis produceert en welke stemmen centraal staan.

De impact van het onderzoek en de onderwijsvisie die Colombijn presenteert, ligt vooral in de combinatie van antropologie, onderwijs en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Hij ziet onderwijs niet alleen als kennisoverdracht, maar als een manier om studenten te leren omgaan met onzekerheid, verschil en morele complexiteit. Zijn pedagogische aanpak draait om veiligheid, zelfspot, erkenning van fouten en geloof in de handelingskracht van mensen.

Optimisme tegen beter weten in
Colombijn eindigt met een voorzichtige maar hardnekkige vorm van optimisme. Ondanks alle mondiale crises blijft hij geloven dat onderwijs en antropologie mensen kunnen helpen om empathischer, kritischer en bescheidener wereldburgers te worden. Zijn slotbeeld - waarin zelfs een figuur als Donald Trump als student antropologie zou kunnen leren luisteren naar anderen - vat die hoopvolle houding samen: optimisme tegen beter weten in.

Neem contact op met Persvoorlichting VU

06 25763092

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam