Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam leverden een bijdrage door isotopenonderzoek dat inzicht geeft in individuele levensgeschiedenissen en mobiliteit.
Het internationale onderzoeksteam analyseerde skeletresten van 112 individuen uit Nederland, België en Noordwest-Duitsland, daterend tussen 10.500 en 3.700 jaar geleden. Van 44 personen waren genetische gegevens nog niet eerder beschikbaar. Door genetische analyse te combineren met archeologische en geochemische technieken ontstaat een gedetailleerder beeld van migratie, cultuurverandering en sociale interacties in de prehistorie. Het onderzoek is gepubliceerd in het toonaangevende tijdschrift Nature.
VU-onderzoekers brengen individuele levens in kaart
Aardwetenschapper Lisette Kootker onderzocht met isotopenanalyse waar individuen tijdens hun jeugd verbleven. Deze methode maakt het mogelijk om mobiliteit en verblijfplaatsen gedurende de eerste zestien levensjaren te reconstrueren.
Kootker: “Deze isotopengegevens zijn cruciaal om genetische resultaten beter te interpreteren. Ze laten zien hoe mensen daadwerkelijk leefden, migreerden en met andere groepen in contact stonden. Daarmee draagt het onderzoek bij aan een bredere maatschappelijke en historische interpretatie van genetische data: niet alleen wie mensen genetisch waren, maar ook hoe zij zich bewogen en hoe samenlevingen veranderden.”
Minder vermenging dan verwacht tussen jagers-verzamelaars en boeren
Een van de opvallendste resultaten is dat vroege boeren en lokale jagers-verzamelaars in het Rijn-Maasgebied minder genetisch vermengden dan elders in Europa. Terwijl op veel plekken landbouwers met een zogenoemd Anatolisch genetisch profiel snel dominant werden, bleef in deze regio lange tijd een sterke genetische continuïteit met jager-verzamelaarpopulaties bestaan.
De beperkte genetische invloed van boeren lijkt vooral via vrouwen te zijn verlopen, mogelijk doordat zij nieuwe kennis over landbouw en aardewerkproductie meebrachten. Dit bevestigt eerdere archeologische aanwijzingen dat gemeenschappen in natte kust- en rivierenlandschappen pas laat volledig overstapten op landbouw.
Afwijkende ontwikkeling bij komst Enkelgrafcultuur
Ook bij een latere migratiegolf, rond 3000 v.Chr., wijkt het Rijn-Maasgebied af van de Europese trend. Elders verspreidde zogenoemd steppe-DNA zich snel met de komst van de Enkelgraf- of Touwbekercultuur. In de onderzochte skeletten uit westelijk Nederland is dit genetische profiel echter nauwelijks aanwezig. Dit suggereert dat lokale groepen wel culturele elementen overnamen, zoals aardewerktradities, maar genetisch relatief autonoom bleven.
Grote verandering tijdens de Klokbekerperiode
Pas rond 2500 v.Chr., tijdens de Klokbekerperiode, wordt een duidelijke genetische omslag zichtbaar. Het steppe-gerelateerde DNA verschijnt dan in alle onderzochte individuen. Het blijft onduidelijk of deze verandering geleidelijk plaatsvond of het gevolg was van een snelle migratiegolf.
Op basis van genetische vergelijkingen concluderen de onderzoekers bovendien dat het Rijn-Maasgebied mogelijk een belangrijk herkomstgebied was voor de verspreiding van de Klokbekercultuur naar onder meer het Verenigd Koninkrijk.
Nieuwe inzichten in mobiliteit en Europese netwerken
Verwantschapsanalyses tonen aan dat prehistorische gemeenschappen sterk verbonden waren over grote afstanden. Naast regionale familiebanden werden genetische relaties gevonden met individuen uit onder andere Polen, Estland en het Verenigd Koninkrijk. Deze bevindingen ondersteunen het beeld van een dynamische samenleving met intensieve mobiliteit en brede Europese netwerken.
Nieuwe kijk op identiteit en migratie
Volgens de onderzoekers dragen de resultaten bij aan een genuanceerder begrip van migratie en culturele verandering in het verleden. Ze laten zien dat culturele innovatie en genetische verandering niet altijd hand in hand gaan: samenlevingen kunnen nieuwe ideeën overnemen zonder dat er sprake is van grootschalige bevolkingsvervanging. De combinatie van genetica, isotopenonderzoek en archeologie biedt daarmee een goed model voor toekomstig onderzoek naar menselijke geschiedenis en identiteit.