In haar oratie pleit zij ervoor om verveling serieus te nemen als analytisch instrument dat verborgen uitsluitingsmechanismen zichtbaar maakt.
Van politieke preek naar bredere analyse
Van den Berg opent met een actuele gebeurtenis: een preek van bisschop Mariann Budde tijdens de inauguratie van Donald Trump in 2025. Daarin riep Budde op tot barmhartigheid voor kwetsbare groepen zoals migranten en LHBTIQ+ personen. “Trump vond de preek maar saai. Die afwijzende reactie vanuit de politieke macht laat zien hoe oproepen tot rechtvaardigheid vaak stranden wanneer ze botsen met dominante machtsstructuren,” aldus Van den Berg.
Deze casus vormt de aanleiding voor een bredere analyse van de rol van religie en gender in hedendaagse politieke ontwikkelingen, waarin anti-genderdiscoursen en autoritaire tendensen steeds zichtbaarder worden. Van den Berg haalt het werk van filosoof Judith Butler aan om te illustreren hoe angst voor genderdiversiteit strategisch kan worden ingezet om sociale onrust te mobiliseren en andere structurele problemen te verhullen.
Verveling als sleutelbegrip
Centraal in Van den Bergs onderzoek staat een onverwacht thema: verveling. Waar “saai” vaak wordt gezien als een kwestie van persoonlijke smaak of gebrek aan aandacht, stelt zij dat het ook een sociaal en cultureel verschijnsel is. Verveling ontstaat volgens haar niet alleen door herhaling of verlies van betekenis, maar ook door uitsluiting en gebrek aan betrokkenheid. “Binnen cultuurstudies en affect theorie wordt verveling begrepen als een emotie, die gevormd wordt door sociale structuren. Denk aan genderrollen, klassenverschillen of koloniale tradities die bepalen welke verhalen centraal staan en welke niet. Wanneer slechts een beperkt perspectief dominant is, kan dat leiden tot stagnatie - en dus tot verveling.”
Religie, kerk en “Jezusmoeheid”
Een belangrijk deel van Van den Bergs onderzoek richt zich op het christendom. Historisch gezien is verveling geen nieuw fenomeen binnen deze religie, maar in hedendaags Nederland lijkt het gevoel onder kerkgangers sterker aanwezig. Sommigen zien verveling als reden om de kerk te verlaten, anderen pleiten juist voor vernieuwing van rituelen en taal, weer anderen voor een meer uitgesproken rol voor de kerk in de strijd voor sociale rechtvaardigheid.
Van den Berg introduceert daarbij het begrip “Jezusmoeheid”. “Zowel traditionele als progressieve interpretaties van Jezus kunnen paradoxaal genoeg leiden tot voorspelbare en gesloten verhalen. Als Jezus steeds als ultieme, onfeilbare autoriteit wordt gepresenteerd - ongeacht ideologische richting - kan dat kritische reflectie en vernieuwing belemmeren,” aldus Van den Berg.
De geeuw als vorm van verzet
Van den Berg betoogt dat verveling niet per se moet worden bestreden met meer entertainment of spektakel. In plaats daarvan kan verveling functioneren als een “diagnostisch signaal” dat wijst op uitsluiting, verlies van betekenis of gebrek aan maatschappelijke relevantie.
Door verveling toe te laten en te onderzoeken, ontstaat volgens Van den Berg ruimte voor nieuwe vormen van gemeenschap en theologie die pluraliteit en experiment centraal stellen. Het echte tegenovergestelde van verveling is dan ook niet amusement, maar levendigheid: betrokkenheid, creativiteit en openheid voor verandering.
Van den Berg houdt haar oratie donderdag 12 maart in de Aula van de Vrije Universiteit Amsterdam.