Het uitgangspunt is dat het belang van het kind centraal staat, maar wat dat precies betekent is niet altijd duidelijk. Ook internationaal bestaat weinig overeenstemming over hoe rechters zulke zaken moeten beoordelen. Dit blijkt uit onderzoek van Loran Kostense aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU).
Zij onderzocht daarom zowel de rechtspraak als de ervaringen van mensen die als kind een scheidingsgerelateerde verhuizing hebben meegemaakt. Zij wilde weten in hoeverre de juridische afwegingen aansluiten bij wat kinderen daadwerkelijk ervaren.
Wat is echt belangrijk voor het kind?
Niet het meemaken van een verhuizing op zichzelf na een ouderlijke scheiding, maar vooral ruzies tussen ouders en andere belastende omstandigheden bepalen hoe het met kinderen gaat na een scheiding. Terwijl rechters verhuisverzoeken na een scheiding vaak afwijzen uit zorg voor het kind, laten de ervaringen van kinderen zien dat vooral ouderlijk conflict, financiële problemen of huiselijk geweld hun welzijn beïnvloeden.
“Veel mensen denken dat een verhuizing mogelijk grote nadelige gevolgen heeft voor het kind,” zegt Kostense. “Maar kinderen lijken zich vooral zorgen te maken over de spanningen tussen hun ouders. Het gaat minder om de plek waar ze wonen en meer om de situatie waarin ze opgroeien.”
Rechters wijzen verzoeken vaak af
Uit analyse van Nederlandse rechtspraak tussen 2021 en 2023 blijkt dat rechters verzoeken om te verhuizen in ongeveer twee derde van de gevallen afwijzen. Bij hun beslissing kijken rechters vooral naar de noodzaak van de verhuizing en naar het belang van het behouden van contact met de andere ouder.
Tegelijkertijd hanteren rechters verschillende lijsten met beoordelingscriteria. Daardoor worden zaken niet altijd op dezelfde manier beoordeeld, wat kan leiden tot onvoorspelbaarheid in uitspraken in deze verhuiszaken.
Volgens Kostense sluiten de juridische afwegingen niet altijd goed aan bij wat kinderen zelf ervaren. “De discussie in de rechtszaal gaat vaak grotendeels over de verhuizing zelf,” zegt zij. “Maar uit het onderzoek blijkt dat andere factoren, zoals ouderlijk conflict, vaak veel belangrijker zijn voor het welzijn van kinderen. De verhuizing zelf blijkt daarbij niet de doorslaggevende factor.”
Uit het onderzoek blijkt verder dat de gevolgen van een verhuizing sterk verschillen per situatie. Veel kinderen geven bovendien aan dat zij nauwelijks betrokken waren bij beslissingen over de verhuizing. Dat kan gevoelens van machteloosheid of verdriet oproepen. Tegelijkertijd blijkt steun van een vertrouwd persoon, zoals een familielid, docent of hulpverlener, een belangrijke rol te spelen bij het omgaan met de veranderingen na een verhuizing.
Meer aandacht voor wat kinderen meemaken
De bevindingen laten zien dat het perspectief van kinderen een grotere rol kan krijgen in verhuiszaken. Dat kan bijvoorbeeld door kinderen op een leeftijdsgerichte manier te betrekken bij beslissingen en door aandacht te hebben voor hun sociale omgeving, zoals vriendschappen en familiebanden.
Daarnaast is het volgens Kostense belangrijk dat rechters en andere professionals alert zijn op omstandigheden die voor kinderen extra belastend kunnen zijn, zoals escalaties tussen ouders, financiële problemen of huiselijk geweld. Ook kan een duidelijker en beter onderbouwd juridisch beoordelingskader helpen om beslissingen consistenter te maken.
“Als we het belang van het kind echt centraal willen stellen, moeten we niet alleen kijken naar de verhuizing,” zegt Kostense. “We moeten vooral proberen te begrijpen in welke gezinsdynamiek kinderen zich daadwerkelijk bevinden.”
Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor rechters, advocaten, mediators en jeugdhulpverleners om verhuiszaken beter te beoordelen en kinderen beter te beschermen tijdens een ingrijpende periode in hun leven.
Kostense promoveert 22 mei op dit onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.