Het vennootschapsrecht kan bijdragen aan verduurzaming als benadeelden van ondernemingen een rol krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van jurist Jaron van Bekkum. Hij ontwikkelde een idee om benadeelden toegang te geven tot de Ondernemingskamer via een maatschappelijke enquêteprocedure.
De zorg over de negatieve impact van ondernemingen op mens en milieu heeft sinds 2020 geleid tot een debat over de vraag of ook het vennootschapsrecht moet worden ingezet om die impact te verminderen. Van Bekkum: ‘Dat debat raakte al snel verdeeld tussen uitgesproken voor- en tegenstanders en kwam daarmee in een patstelling terecht. Mijn onderzoek wil het debat een stap verder brengen.’
Geen principiële belemmering
Van Bekkum: ‘Het onderzoek toont aan dat er geen principiële reden is, waarom het vennootschapsrecht niet kan worden ingezet om nadelige effecten van ondernemingsactiviteiten te beperken. Wel is het de vraag of dit effectief kan door regels te maken die bestuurders, commissarissen of aandeelhouders uit zichzelf tot duurzaam gedrag proberen te bewegen.’
Een voorbeeld daarvan is het voorstel om aan de wettelijke bestuurstaak toe te voegen dat het bestuur moet streven naar duurzame langetermijnwaardecreatie of maatschappelijk verantwoord gedrag. ‘Zo’n regel kan alleen goed werken als de betrokkenen binnen de vennootschap dit ook daadwerkelijk willen en kunnen. Daarover bestaat reden tot twijfel,’ aldus Van Bekkum.
‘Een effectiever alternatief is om benadeelden zelf de mogelijkheid te geven bij de Ondernemingskamer voor hun belangen op te komen. Dit zou kunnen op grond van het evenredigheidsbeginsel en binnen de ontwikkelde maatschappelijke enquêteprocedure,’ stelt de onderzoeker
Verantwoordelijkheid voor negatieve externaliteiten
Het onderzoek brengt daarnaast de verantwoordelijkheid van ondernemingen en degenen die ondernemingen besturen voor de verduurzaming van de economie scherper in beeld. Die verantwoordelijkheid is volgens Van Bekkum in ieder geval negatief: ‘Bedrijven moeten zoveel mogelijk voorkomen dat hun ondernemingsactiviteiten onevenredig nadelige gevolgen hebben voor anderen.’
Het vennootschapsrecht kan helpen om deze verantwoordelijkheid concreet vorm te geven. Daarbij is het volgens Van Bekkum niet verstandig om de term ‘duurzaamheid’ te gebruiken. ‘Die term is onduidelijk en normatief veel te breed. Een betere benadering is om de verantwoordelijkheid binnen het vennootschapsrecht te beperken tot het voorkomen van onevenredige negatieve externaliteiten. Deze benadering laat de ondernemingsvrijheid zoveel mogelijk ongemoeid. Dat is van belang voor de welvaartsproductie en -verdeling, terwijl tegelijkertijd de scherpste randen van de ondernemingsvrijheid kunnen worden afgevlakt. Ook voorkomt deze benadering te hoog gespannen morele verwachtingen van bedrijven.’
Onderzoek op basis van literatuurstudie
Het onderzoek is uitgevoerd op basis van literatuurstudie. Het is niet multidisciplinair van opzet, maar bevat wel multidisciplinaire elementen.