Er is volop aandacht voor ultrabewerkte voeding. Hieronder verstaan we industriële producten die meerdere bewerkingsstappen hebben ondergaan en bijvoorbeeld additieven, smaakversterkers en emulgatoren bevatten. Denk aan frisdranken, snacks, kant-en-klaarmaaltijden of bewerkt vlees, maar ook sommige volkorenbroden en verrijkte ontbijtgranen.
Ultrabewerkte voeding wordt in verband gebracht met onder meer obesitas en type 2-diabetes. Maar er was nog weinig bekend over het verband tussen ultrabewerkte voeding en cognitieve gezondheid. Gezondheidswetenschappers van onder meer de VU onderzochten daarom of er een link was tussen de cognitieve gezondheid en de inname van ultrabewerkt eten onder Nederlandse volwassenen van 55 jaar en ouder.
Tien jaar
De onderzoekers gebruikten gegevens uit de Longitudinal Aging Study Amsterdam, een langlopende studie onder oudere Nederlandse volwassenen. Ze brachten hun voedingspatroon in kaart met een vragenlijst en bepaalden hoeveel ultrabewerkte producten zij consumeerden. Vervolgens volgden ze hun cognitief functioneren tien jaar lang door middel van testen. In de analyses hielden ze rekening met andere factoren die van invloed kunnen zijn, zoals leeftijd, opleiding, leefstijl en de algehele kwaliteit van het voedingspatroon. Zo konden ze specifiek kijken naar de rol van ultra-bewerkte voeding.
Uit de studie, die werd gepubliceerd in het European Journal of Nutrition, bleek dat er geen duidelijk verband is tussen de inname van ultrabewerkte voeding en de cognitieve achteruitgang van de deelnemers over een periode van tien jaar. Uit een eerder onderzoek bleek dat de kwaliteit van het voedingspatroon wél is gelinkt aan het cognitief functioneren van dezelfde groep. Mensen met een gezonder voedingspatroon – veel groente, fruit, volkorenproducten en onverzadigde vetten – laten minder cognitieve achteruitgang zien.
Totale voedingspatroon belangrijker
Gezondheidswetenschapper Hanneke Wijnhoven, co-auteur van de studie: “Onze resultaten nuanceren het beeld rond ultrabewerkte voeding. Voor cognitieve gezondheid lijkt het belangrijker om te kijken naar de kwaliteit van het totale voedingspatroon dan naar de mate van bewerking. Voor de praktijk betekent dit dat voedingsadviezen waarschijnlijk meer winst halen uit het stimuleren van gezonde keuzes, zoals meer plantaardige producten en minder suikerhoudende dranken en bewerkt vlees, dan uit het simpelweg vermijden van ‘bewerkt’ voedsel.”