Voorbij de leerboeken: integratie van echografie in de geneeskunde opleiding
Pieter Roel Tuinman (docent) & Anna-Sophia ten Voorde (student M GNK)
Hoewel anatomie, fysiologie en pathologie een belangrijke basis vormen van de geneeskunde, ervaren studenten vaak een kloof tussen theoretische kennis en de klinische praktijk. Dit wordt vooral zichtbaar bij de overgang van de bachelor- naar de masterfase, waar studenten hun kennis moeten toepassen tijdens patiëntcontacten en lichamelijk onderzoek. Daarbij wordt nog altijd gebruikgemaakt van de ruim 200 jaar oude stethoscoop, terwijl moderne technieken een waardevolle aanvulling kunnen bieden.
Tegelijkertijd speelt echografie een steeds grotere rol in de moderne gezondheidszorg, maar komt deze vaardigheid nog beperkt terug in het curriculum. Door echografie eerder en structureler in het onderwijs te integreren, kunnen studenten anatomische kennis beter koppelen aan de klinische praktijk en zich beter voorbereiden op hun toekomstige rol als arts.
Sinds vorig jaar wordt in het eerste bachelorjaar een basiscursus hartechografie aangeboden door de afdeling Fysiologie, in samenwerking met SpringLab VU. Deze organisatie, die zich richt op innovatieve onderwijsvormen en studentenbetrokkenheid, beschikt over een goed ontwikkelde infrastructuur voor het aanbieden van echografieonderwijs. Daarnaast is aangetoond dat deze lessen meetbare leeropbrengsten opleveren. Studenten blijken na afloop beter in staat echobeelden te interpreteren en zelfstandig beelden te verkrijgen, mede dankzij begeleiding door student-assistenten.
Om deze ontwikkeling verder te versterken, wordt binnen het voorbereidend coschap (VCP) een pilot geïntroduceerd, gericht op echografie van hart en longen. Hierbij wordt echografie niet alleen onderwezen als technische vaardigheid, maar ook ingezet als didactisch hulpmiddel om anatomie, fysiologie, lichamelijk onderzoek en klinisch redeneren met elkaar te verbinden. Studenten oefenen onder begeleiding van ervaren clinici en student-assistenten op medestudenten en maken daarnaast kennis met relevante pathologie en patiëntcasuïstiek. Door gebruik te maken van laagdrempelige handheld echografieapparaten is het onderwijs goed schaalbaar en sluiten de vaardigheden direct aan op de klinische praktijk.
Samenwerken in de Geneeskunde: van individuele competentie naar teamverantwoordelijkheid
Sophie de Vries (docent), Albert Wenisch (docent), Anna Stoop (docent), Sabrina Yassin (student), Daan Udding (student) en Natalie Dikken (student)
Goede samenwerking is essentieel voor veilige en kwalitatief hoogwaardige patiëntenzorg. Toch ervaren medische studenten samenwerken vaak niet als een kerncompetentie en blijft het leren samenwerken in de opleiding veelal impliciet. Hierdoor ontwikkelen studenten onvoldoende inzicht in hoe zij effectief kunnen functioneren binnen complexe en wisselende zorgteams.
Een eerdere pilot binnen het practicum Teamrollen liet zien dat een systeembenadering hierbij waardevolle inzichten oplevert voor zowel studenten als docenten. Studenten kregen meer inzicht in groepsdynamiek, communicatie en hun eigen rol binnen een team, terwijl docenten handvatten kregen om samenwerking en groepsprocessen beter te begeleiden. De positieve ervaringen onderstrepen de potentie van deze vernieuwende onderwijsvorm. Tegelijkertijd vraagt de verdere ontwikkeling en implementatie ervan om extra tijd en middelen, omdat er nog nauwelijks bestaande voorbeelden beschikbaar zijn waarop kan worden voortgebouwd.
Met deze innovatie krijgt samenwerken een expliciete plek binnen het curriculum. Studenten leren groepsdynamiek en interactiepatronen herkennen, begrijpen welke factoren effectieve samenwerking bevorderen of juist belemmeren en hoe zij hier gezamenlijk invloed op kunnen uitoefenen.
De innovatie bestaat uit een pilot binnen de studiegroepen van bachelorjaar 2, ondersteund door docentprofessionalisering en een multidisciplinaire focusgroep van studenten en docenten. Samen ontwikkelen, testen en evalueren zij een programma dat studenten helpt om bewuster, effectiever en meer zelfregulerend samen te werken. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet naar een structurele en herkenbare plek voor de competentie samenwerken binnen het curriculum.