Digitale gezondheidszorg met behulp van augmented reality-brillen kan mensen met de ziekte van Parkinson helpen hun loopvermogen en evenwicht thuis te trainen. De therapie is haalbaar, veilig en gebruiksvriendelijk, met een hoge therapietrouw.
Dit blijkt uit onderzoek van psycholoog Lotte Hardeman en collega's van Stroll.co.
Augmented reality-brillen zijn 'slimme' brillen. Ze verrijken de echte wereld met visuele, digitale objecten, zoals de basketballen en de basket in de afbeelding hierboven. Deze worden ook wel hologrammen genoemd. Deze hologrammen blijven op een vaste positie in de echte wereld, zelfs als u zich beweegt. De rest van uw omgeving blijft duidelijk zichtbaar.
Fysiotherapie aan huis met augmented reality
Het aantal mensen met de ziekte van Parkinson neemt toe, terwijl het aantal zorgprofessionals afneemt. Digitale gezondheidszorg kan de druk op de gezondheidszorg verlichten, de toegang tot zorg verbeteren en patiënten meer controle over hun behandeling geven. Deze vorm van zorg wordt echter nog steeds zelden in de dagelijkse praktijk gebruikt.
Hardeman en haar collega's onderzochten of augmented reality-brillen (AR-brillen) mensen met de ziekte van Parkinson konden ondersteunen bij het uitvoeren van loop- en evenwichtsoefeningen thuis. Deze vorm van therapie, bekend als exergaming (oefeningen als spelletjes), combineert digitale training thuis met therapie in de kliniek. De therapeut schrijft op afstand een trainingsprogramma voor via een webportaal.
Zij onderzocht ook hoe patiënten, fysiotherapeuten en oefentherapeuten thuistherapie ervaren en of de technologie gebruikt zou kunnen worden voor andere trainingsdoelen, zoals fysieke fitheid en cognitieve functies.
Thuistraining biedt potentie
De resultaten laten zien dat exergamingtherapie zich zou kunnen ontwikkelen tot een vorm van thuistherapie die meerdere trainingsdoelen tegelijkertijd aanpakt, schrijven Hardeman en collega's.
Naast lopen en evenwicht kan de therapie worden uitgebreid met motorisch-cognitieve oefeningen en training met een matige tot hoge intensiteit. Volgens Hardeman en collega's biedt de technologie daarom mogelijkheden om verschillende aspecten van beweging en cognitie te combineren.
Patiënten en therapeuten vinden thuistraining over het algemeen acceptabel. Digitale therapie kan daarom een toegankelijke (thuis) en flexibele (overal en altijd) aanvulling bieden op fysiotherapie in een klinische setting.
De implementatie van digitale zorg vereist echter aandacht voor de behoeften en belemmeringen van verschillende belanghebbenden, zoals patiënten en therapeuten. Denk bijvoorbeeld aan het belang van het behouden van de therapeutische relatie voor het geven van bewegingsfeedback thuis en de verschillen tussen gebruikers in fysieke capaciteit en de ernst van motorische symptomen.
Organisatie en financiering vereisen aandacht.
Volgens Hardeman en collega's is verder onderzoek nodig om de effectiviteit van de therapie vast te stellen en om te bepalen hoe deze duurzaam op grotere schaal kan worden geïmplementeerd. Voor een duurzame implementatie is de toegevoegde waarde van de interventie voor verschillende belanghebbenden (patiënten en therapeuten, maar ook fysiotherapiepraktijken en het bredere zorgsysteem) een belangrijke indicator. Het is bijvoorbeeld nodig om te bepalen hoe digitale Parkinsonzorg op afstand binnen de klinische praktijk en daarbuiten, op systeemniveau, kan worden georganiseerd om toegevoegde waarde te creëren.
De acceptatie door therapeuten en de implementatie in fysiotherapiepraktijken hangt deels af van de tijdsinvestering voor de therapie en de financieringsmogelijkheden. Het huidige financieringsmodel staat echter geen digitale zorg aan huis toe, wat fysiotherapiepraktijken er deels van weerhoudt om digitale thuiszorg te implementeren.
Zes weken training met AR-brillen
Het onderzoek bestond uit experimentele studies, interviews en focusgroepen. Deelnemers met de ziekte van Parkinson trainden zes weken lang, vijf keer per week 30 minuten per sessie, met de AR-bril als aanvulling op hun gebruikelijke fysiotherapie. Therapeuten konden de moeilijkheidsgraad, het type spel, de frequentie en de duur van de training aanpassen.
Loop- en evenwichtstesten werden uitgevoerd in het bewegingslaboratorium van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) vóór en na de trainingsperiode. Er werden ook metingen verricht bij de deelnemers thuis om de intensiteit van de spellen te bepalen. Interviews en focusgroepen onderzochten de ervaringen van patiënten en therapeuten. Daarnaast werkte Hardeman samen met andere onderzoekers.