Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Bacheloropleidingen Masteropleidingen VU for Professionals
HOVO Amsterdam Taalcursussen Nederlands als tweede taal (NT2) Zomercursus van de VU Amsterdam Honoursprogramma Universitaire lerarenopleidingen
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Interdisciplinaire onderzoeksinstituten Wetenschappers van de VU Research Impact Support Portal Creëer impact met jouw onderzoek
Nieuws Agenda Bewegen naar een vitale toekomst
VU UPDATE: Situatie in Israël en de Palestijnse gebieden Cultuur op de VU
Praktische informatie De VU en Innovatiedistrict Zuidas Missie, kernwaarden en visie
Besturing van de VU Valorisatie en impact Samenwerken met de VU VU Alumni Community Bekijk onze vacatures!
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Stigmatisering van complotdenkers vergroot polarisatie en creëert echokamers

Delen
02 november 2026

Het wegzetten van complotdenkers als irrationeel of gevaarlijk kan polarisatie juist versterken. Door mensen te bespotten of buiten te sluiten, worden zij eerder naar gelijkgestemden gedreven en ontstaan echokamers. Een genuanceerde benadering is nodig, vooral bij professionals die met wantrouwende burgers werken. Dit blijkt uit onderzoek van filosoof Julia Duetz.

Complotdenken is niet over één kam te scheren 

Complottheorieën worden in de media, de politiek en soms ook in de wetenschap vaak op één hoop gegooid. Ze zouden irrationele en gevaarlijke ideeën zijn, terwijl mensen die erin geloven als naïef of gestoord worden beschouwd. Daardoor is de term ‘complotdenker’ steeds meer een scheldwoord geworden. 

Duetz concludeert in haar onderzoek dat dit algemene beeld te simplistisch is. ‘Complottheorieën lopen sterk uiteen: sommige zijn gevaarlijk, andere onschuldig en sommige blijken zelfs waar,’ stelt ze. 

De aanleiding voor het onderzoek was tweeledig. Het heersende alarmistische beeld overtuigde Duetz steeds minder naarmate ze zich verder in het onderwerp verdiepte. Daarnaast brachten samenwerkingen met de politie, gemeenten, de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie haar in contact met de praktijk.Daaruit bleek dat de werkelijkheid achter complotdenken vaak genuanceerder is dan het beeld dat in de media ontstaat. 

Stigmatisering kan complotdenken versterken 

‘Wie een buurman of collega hoort beweren dat een geheim netwerk de wereld bestuurt, kan geneigd zijn die persoon direct af te schrijven als “gek” of “wappie”. Toch kan die reactie het probleem juist verergeren,’ zegt Duetz. 

Ze vervolgt: ‘Hoe sterker iemand wordt veroordeeld om zijn overtuigingen, hoe groter de kans dat diegene zich eraan vastklampt. De afstand tussen verschillende groepen neemt daardoor toe en het gesprek komt steeds moeilijker op gang. 

Daarbij speelt mee dat mensen die voortdurend worden bespot of veroordeeld, zich kunnen terugtrekken uit het maatschappelijke debat. Ze zoeken vervolgens vaker contact met gelijkgestemden, waar hun overtuigingen minder ter discussie staan. 

Zo ontstaat een echokamer van buitenaf: niet alleen door de overtuigingen van de betrokkenen, maar ook doordat anderen hen buitensluiten.’ 

Denkfouten zijn niet uniek voor complotdenkers 

Een belangrijke conclusie is dat complotdenken niet los kan worden gezien van bredere menselijke denkpatronen. Duetz: ‘Gedrag dat vaak aan complotdenkers wordt toegeschreven, zoals dogmatisch vasthouden aan een idee, tegenbewijs afwijzen of blind vertrouwen op een goeroe, komt ook elders in de samenleving voor.Die eigenschappen zijn dus niet uitsluitend kenmerkend voor mensen die complottheorieën aanhangen.’ 

Dat betekent volgens Duetz niet dat alle complottheorieën onschuldig zijn of dat kritiek achterwege moet blijven. Wel vraagt het om onderscheid tussen verschillende overtuigingen en om een zorgvuldige beoordeling van de risico’s. 

Ze pleit daarom voor een benadering waarin verschillen mogen blijven bestaan en democratisch pluralisme wordt geaccepteerd. Dat houdt in dat mensen met uiteenlopende opvattingen naast elkaar moeten kunnen bestaan, zonder dat zij het altijd met elkaar eens hoeven te worden. 

Vooral professionals moeten met andersdenkenden in gesprek blijven 

Duetz’ onderzoek is relevant voor een breed publiek, maar richt zich in het bijzonder op mensen die beroepsmatig met complotdenkers te maken krijgen. Denk aan politieagenten, gemeenteambtenaren, medewerkers van de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie, het gevangeniswezen en journalisten. 

Voor gewone burgers geldt volgens de onderzoekster een belangrijke kanttekening: ‘Zij hebben niet de plicht om met iedere andersdenkende bruggen te bouwen.Voor professionals kan dat anders liggen, omdat zij in hun werk met uiteenlopende burgers te maken krijgen.’ 

Om die reden heeft Duetz presentaties gegeven aan verschillende beroepsgroepen. Ook heeft ze samen met de politie een handleiding geschreven over de zogenoemde autonome burgerbeweging. 

Duetz: ‘Mijn doel is om professionals te helpen contact te houden met wantrouwende burgers, zonder het wantrouwen onbedoeld verder aan te wakkeren.’ 

Politieke confrontatie laat zien hoe gesprekken vastlopen 

Als voorbeeld van de gevolgen van complotpraat in het publieke debat wijst Duetz op een incident uit 2022. Het voltallige kabinet verliet toen de Tweede Kamer nadat Thierry Baudet een collega-politicus van een complot had beschuldigd. 

‘De gebeurtenis illustreert hoe beschuldigingen van samenzwering een politiek gesprek volledig kunnen blokkeren. In een sterk gepolariseerde samenleving kan dat de afstand tussen groepen verder vergroten. 

Mijn onderzoek wil bijdragen aan manieren om ondanks wantrouwen met elkaar in gesprek te blijven. Daarbij staat niet centraal dat iedereen overtuigd moet worden van het gelijk van de ander, maar dat het gesprek niet bij voorbaat onmogelijk wordt gemaakt.’ 

Filosofisch onderzoek combineert analyse met praktijkervaring 

Duetz’ onderzoek is filosofisch van aard en richt zich onder meer op vragen over kennis, bewijs en de betekenis van begrippen. Een belangrijk onderdeel bestaat uit conceptuele analyses: wat betekenen termen als “complottheorie” en “stigmatisering” precies, en kloppen de aannames die daarover gangbaar zijn? 

Daarnaast verdiept de onderzoeker zich in het perspectief van mensen die complottheorieën aanhangen. In plaats van hun overtuigingen uitsluitend van buitenaf te beoordelen, werden boeken en media van complotdenkers bestudeerd. 

‘Die aanpak maakte het mogelijk te onderzoeken welk bewijs aanhangers zelf voor hun overtuigingen aanvoeren, zonder vooraf te oordelen of dat bewijs overtuigend of juist is,’ legt Duetz uit. 

Ook gesprekken met professionals, onder wie politieagenten die in hun dagelijkse werk met complotdenkers te maken hebben, vormden een belangrijk onderdeel van het onderzoek. Hun praktijkervaring hielp om de filosofische analyse verder aan te scherpen.

Neem contact op met Persvoorlichting VU

06 25763092

Direct naar

Homepage VU Amsterdam Cultuur op de VU Universiteitsbibliotheek Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact met VU Amsterdam Bekijk onze vacatures! Faculteiten VU Amsterdam Diensten VU Amsterdam
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © VU