Onderwijs Onderzoek Actueel Over de VU EN
Login als
Studiekiezer Student Medewerker
Bachelor Master VU for Professionals
HOVO Amsterdam VU-NT2 VU Amsterdam Summer School Honoursprogramma Universitaire lerarenopleiding
Promoveren aan de VU Uitgelicht onderzoek Prijzen en onderscheidingen
Onderzoeksinstituten Onze wetenschappers Research Impact Support Portal Impact maken
Nieuws Agenda Gezond leven aan de VU
Israël en Palestijnse gebieden Cultuur op de campus
Praktische informatie VU en innovatiedistrict Zuidas Missie en Kernwaarden
Besturing Samenwerken met ons Alumni Universiteitsbibliotheek Werken bij de VU
Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is opgeslagen in Mijn Studiekeuze.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.
Er is iets fout gegaan bij het uitvoeren van het verzoek.

Steeds meer regionale samenwerkingen: wie houdt toezicht?

Delen
21 april 2026
Gemeenten werken steeds vaker samen in regionale verbanden om taken efficiënter uit te voeren. Dat kan geld besparen en helpt bij vraagstukken die gemeentegrenzen overstijgen.

Maar er schuilt ook een risico in: door die groeiende samenwerking wordt het voor gemeenteraden steeds moeilijker om overzicht te houden en effectief te sturen en controleren. Uit onderzoek van Rob de Greef van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) blijkt dat het systeem juridisch klopt, maar dat de democratische controle in de praktijk onder druk kan komen te staan.

Regionale samenwerkingsverbanden

Taken zoals afvalverwerking, veiligheid of regionale planning worden vaak georganiseerd via een zogenoemde gemeenschappelijke regeling, gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Gemeenten, provincies en waterschappen bundelen daarin hun krachten. Zo kunnen ze gezamenlijke problemen aanpakken en kosten delen.

Op papier werkt dit systeem goed. Bestuurders van de samenwerkingsverbanden worden gecontroleerd door de gekozen gemeenteraden. Dat gebeurt via het principe van verlengd lokaal bestuur: de raad controleert zijn eigen wethouders of burgemeester die deelnemen aan het regionale verband.

Toch wringt het volgens De Greef in de praktijk. “Formeel klopt het systeem,” zegt hij. “Maar als steeds meer taken via regionale samenwerkingen verlopen, wordt het voor gemeenteraden lastiger om te volgen wat er precies gebeurt en om daadwerkelijk invloed uit te oefenen.”

Wanneer is directe democratie nodig?

In zijn onderzoek analyseerde De Greef internationale verdragen, de Grondwet, wetten en parlementaire geschiedenis om te bepalen wanneer een bestuursorgaan direct door burgers gekozen moet worden.

Daaruit blijkt dat een rechtstreeks gekozen orgaan nodig is wanneer een bestuur zelfstandig belangrijke beleidsbeslissingen neemt, regels kan vaststellen én een eigen budget beheert. In zulke gevallen hoort daar volgens het democratiebeginsel een direct gekozen volksvertegenwoordiging bij.

Veel regionale samenwerkingen voldoen formeel niet aan deze criteria, omdat hun bevoegdheden uiteindelijk terug te voeren zijn op bestaande gemeenteraden. Daarom is een direct gekozen bestuur meestal niet verplicht.

Het probleem zit niet in de wet, maar in de praktijk

Formeel voldoet de Wet gemeenschappelijke regelingen dus aan de democratische minimumeisen. In theorie kunnen gemeenteraden kaders stellen, informatie opvragen en hun bestuurders controleren.

Maar volgens De Greef werkt dat in de praktijk niet altijd goed. De wet behandelt vrijwel alle samenwerkingsverbanden hetzelfde, terwijl ze sterk van elkaar verschillen. Sommige regelingen voeren alleen praktische taken uit, terwijl andere veel invloed hebben op beleid en grote budgetten beheren. Daarnaast raken raadsleden door het groeiende aantal samenwerkingsverbanden het overzicht kwijt. Besluiten worden vaak op regionaal niveau voorbereid, waardoor gemeenteraden pas laat in het proces invloed kunnen uitoefenen. “Als steeds meer besluiten buiten het directe zicht van de gemeenteraad worden genomen, dreigt democratische controle langzaam uit te hollen,” zegt De Greef.

Beter onderscheid maken tussen samenwerkingen

Samenwerking tussen overheden blijft volgens De Greef noodzakelijk. Veel maatschappelijke vraagstukken, van veiligheid tot infrastructuur, houden zich nu eenmaal niet aan gemeentegrenzen. De uitdaging is daarom om samenwerking zo te organiseren dat democratische controle overeind blijft. Volgens De Greef kan dat door beter onderscheid te maken tussen verschillende soorten samenwerkingen: uitvoerende taken kunnen lichter worden georganiseerd, terwijl bij beleidsrijke regionale organen sterkere democratische controle nodig is. “Efficiënt samenwerken is belangrijk,” zegt hij. “Maar burgers moeten wel kunnen blijven volgen wie verantwoordelijk is voor besluiten en hoe die tot stand komen.”

De bevindingen bieden concrete handvatten voor beleidsmakers, bestuurders en volksvertegenwoordigers om samenwerking zowel effectief als democratisch te organiseren.

De Greef promoveert op 18 mei op dit onderzoek aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Neem contact op met Persvoorlichting VU

06 25763092

Direct naar

Homepage Cultuur op de campus Sportcentrum VU Dashboard

Studie

Academische jaarkalender Studiegids Rooster Canvas

Uitgelicht

Doneer aan het VUfonds VU Magazine Ad Valvas Digitale toegankelijkheid

Over de VU

Contact en route Werken bij de VU Faculteiten Diensten
Privacy Disclaimer Veiligheid Webcolofon Cookie instellingen Webarchief

Copyright © 2026 - Vrije Universiteit Amsterdam