Nederlanders zijn over het algemeen digitaal vaardig. Tegelijkertijd gebruiken veel mensen AI zonder goed te begrijpen hoe deze technologie werkt. Ook bij algoritmen schieten de vaardigheden tekort. Dat blijkt uit nieuw onderzoek onder 1.181 Nederlanders van de Digital Literacy Hub van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Communicatiewetenschappers Philipp Masur, Douglas Parry, Jolanda Veldhuis en Tilo Hartmann onderzochten bij een representatieve steekproef onder 1.181 volwassenen vier soorten digitale vaardigheden op zeven verschillende terreinen, waaronder privacy, desinformatie, AI en algoritmen. “Voor het eerst brengen we zo gedetailleerd in kaart waar Nederlanders op verschillende digitale terreinen sterk in zijn maar ook waar kennis en vaardigheden achterblijven”, zegt onderzoeker Masur.
Sterk in alledaagse digitale taken
Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders zich over het algemeen goed redden in de digitale wereld. Gemiddeld scoren zij een 4,6 op een schaal van 1 tot 7, duidelijk boven het midden van de schaal. Vooral alledaagse digitale handelingen leveren weinig problemen op. Nederlanders scoren vooral goed op alledaags computer- en internetgebruik en op privacy. “Veel mensen weten goed hoe ze digitale apparaten gebruiken, online informatie vinden en hun accounts en persoonsgegevens beschermen”, aldus Masur. Toch voelt ongeveer één op de tien Nederlanders zich in vrijwel alle onderzochte situaties onzeker.
Kennis van AI en algoritmen blijft achter
Hoewel 72 procent van de Nederlanders technologie zoals ChatGPT al heeft gebruikt, scoren Nederlanders bij generatieve AI, samen met algoritmen, het laagst van alle zeven terreinen. Masur: “We zien een duidelijk verschil tussen AI gebruiken en AI begrijpen. Veel Nederlanders kunnen bijvoorbeeld met ChatGPT overweg, maar weten minder goed hoe zulke systemen werken, waarom ze fouten kunnen maken en hoe je kunt beoordelen of een antwoord betrouwbaar is.”
Een vergelijkbaar verschil tussen weten dát er een risico is en weten wat je ermee moet doen, zien de onderzoekers bij desinformatie en algoritmen. Zo vindt 87 procent van de Nederlanders desinformatie een bedreiging voor de samenleving, maar kan slechts 33 procent met een omgekeerde beeldzoekactie nagaan of een foto uit zijn verband is gehaald. En 72 procent weet dat zoekresultaten door een algoritme worden gesorteerd, maar slechts 24 procent weet hoe je algoritmische profilering kunt verstoren. “Veel mensen zien het risico, maar hebben niet altijd de praktische vaardigheden om informatie goed te controleren”, aldus Masur.
Verschillen tussen groepen
Niet iedereen is daarnaast even digitaal vaardig. Jongeren en hogeropgeleiden scoren gemiddeld beter, en bij generatieve AI is de kloof tussen jong en oud het grootst. Mannen scoren op vrijwel alle gemeten vaardigheden hoger dan vrouwen. De verschillen zijn klein, maar wijzen steeds dezelfde kant op en zijn het grootst bij technische vaardigheden. Opvallend is ook dat veel mensen hun digitale vaardigheden vooral zelf aanleren. 42 procent doet dit door zelf dingen uit te proberen en bijvoorbeeld video’s en online informatie te gebruiken. Slechts 20 procent noemt school of studie als belangrijke leerbron, en 35 procent heeft nooit enige vorm van scholing gehad.
Meer grip op de digitale wereld
“Digitale geletterdheid is geen luxe. Zonder die vaardigheden is het moeilijker om betrouwbare informatie te herkennen, je privacy te beschermen en AI kritisch te gebruiken”, zegt Masur. De onderzoekers pleiten daarom voor gericht onderwijs over AI en algoritmen. “Juist daar zien we de grootste achterstanden. Als we daar niets aan doen, dreigen die verschillen verder toe te nemen.” Daarbij gaat het niet alleen om begrijpen hoe de technologie werkt, maar ook om praktische vaardigheden: hoe controleer je een bron, hoe zet je de algoritmische personalisatie van je tijdlijn uit en hoe beoordeel je of een antwoord van AI betrouwbaar is? Gericht aanbod is nodig, want ook wie via een opleiding of training leerde, is het zwakst bij AI en algoritmen.
Volgens de onderzoekers moet die kennis niet alleen op school worden opgedaan, maar ook op plekken waar volwassenen leren en werken, zoals bibliotheken, buurthuizen en de werkvloer. Dat aanbod moet vooral ouderen en lager opgeleiden bereiken: van de laagopgeleiden heeft de helft nooit enige vorm van scholing gehad. Werkgevers die AI invoeren, moeten hun medewerkers ook leren hoe die hulpmiddelen werken en waar ze fouten maken. Masur: “Technologische ontwikkelingen volgen elkaar razendsnel op. We kunnen daarom niet alle verantwoordelijkheid bij het individu leggen. Ook onderwijs, overheid, werkgevers en technologiebedrijven moeten mensen helpen om kritisch en vaardig met technologie om te gaan.”
Scholing alleen is volgens de onderzoekers niet genoeg. Wie vaardiger is, voelt zich beter opgewassen tegen de digitale wereld, maar nauwelijks minder overweldigd of manipuleerbaar. Regels voor platforms blijven daarom nodig, en daarvoor is draagvlak: 68 procent vindt dat de overheid bepaalde sociale media voor jonge tieners moet verbieden.
Over de Digital Literacy Hub
De Digital Literacy Hub is een nieuw kennisplatform van de VU voor onderzoek en kennisuitwisseling over digitale geletterdheid. De Hub brengt onderzoekers, onderwijs, beleidsmakers, journalisten en professionals samen en richt zich op vragen rond onder meer AI, sociale media, privacy en digitaal welzijn. Bezoekers kunnen via een zelftest hun eigen digitale vaardigheden in kaart brengen, de onderzoeksresultaten bekijken in de data-verkenner en meer publicaties raadplegen. De publicatie van het onderzoek valt samen met de start van de Week van de Mediawijsheid (6-13 november).