‘Archeologen zagen de oudheid lange tijd vooral als een wereld van regionale fragmentatie,’ zegt Kooi. ‘De laatste decennia kwam de nadruk juist meer te liggen op onderlinge verbondenheid. Tegelijkertijd groeide ook de kritiek op het brede en vaak metaforische gebruik van het begrip “netwerken”. ‘Daarom koos ik voor een concretere benadering: niet abstracte verbindingen, maar daadwerkelijk gedocumenteerde landroutes staan in mijn onderzoek centraal.’
Voor zijn onderzoek bestudeerde de VU-onderzoeker de regio Zuid-Euboia in Griekenland, in de periode van het Laat-Neolithicum tot de Vroeg-Romeinse tijd, ongeveer van het vijfde tot en met het eerste millennium voor Christus. Hij bracht oude landroutes en landschappen in kaart en onderzocht hoe menselijke bewegingen door het landschap samenhingen met de manier waarop mensen ruimte organiseerden, beleefden en gebruikten.
Landroutes als sleutel tot het landschap
Landroutes bieden een belangrijk nieuw perspectief op de oudheid volgens Kooi. ‘Landroutes vormen een essentiële invalshoek om ontwikkelingen in antieke landschappen te begrijpen. Wegen helpen niet alleen bij het verklaren van veranderingen in nederzettingssystemen en landgebruik, maar ook bij het begrijpen van symbolische landschappen, zoals cultuslandschappen en grenszones tussen verschillende territoria.’
Een van de opvallendste uitkomsten van het onderzoek is de lange levensduur van wegen. Eenmaal aangelegd konden routes soms eeuwenlang in gebruik blijven, zelfs als politieke, economische of sociale omstandigheden veranderden. Wegen waren daarmee niet alleen het resultaat van het landschap en historische keuzes, maar oefenden zelf ook invloed uit op de ontwikkeling van menselijke samenlevingen.
‘Juist die wisselwerking maakt oude landroutes zo waardevol’, zegt Kooi. ‘Ze verbinden korte, middellange en lange termijnontwikkelingen en maken zichtbaar hoe menselijk handelen en landschap elkaar over lange tijd wederzijds beïnvloeden.’
Belang voor onderzoek naar de oudheid
Volgens Kooi zijn de resultaten van belang voor breder archeologisch onderzoek naar de antieke Mediterrane wereld. ‘Door meer aandacht te geven aan lokaal en regionaal transport over land, kan beter worden begrepen hoe economische, politieke en sociaal-culturele ontwikkelingen in het Middellandse Zeegebied tot stand kwamen.’
Hij hoopt dat vergelijkbaar onderzoek ook in andere microregio’s wordt uitgevoerd. ‘Dat zou het mogelijk maken om regio’s beter met elkaar te vergelijken en uiteindelijk te komen tot een completer beeld van het belang van landcommunicatie in de ontwikkeling van het antieke Middellandse Zeegebied