Promovendi ervaren verschillen tussen hun thuis- en gastomgeving op ideologisch, historisch-cultureel en contextueel vlak. Daarnaast hebben zij te maken met taalbarrières, beperkte toegang tot theologische bronnen en voortdurende economische en politieke verstoringen, legt Penner uit. ‘Deze factoren zorgen voor extra belasting bovenop de uitdagingen die andere promovendi al ervaren.’
Academisch potentieel en bijdrage aan de theologie
Tegelijkertijd heeft hun werk veel potentie. ‘Hun onderzoek kan het theologische discours verrijken met creatieve en originele ideeën uit contexten die lange tijd geïsoleerd zijn geweest,’ merkt Penner op en ze benadrukt het belang van het stimuleren van hun academische en professionele ontwikkeling.
Effectieve begeleiding en ontwikkeling van vaardigheden
‘Studenten hebben baat bij een combinatie van duidelijke, gestructureerde begeleiding en een meer persoonlijke meester-gezelbenadering. Extra training in onderzoeksmethoden, kritisch denken en academisch schrijven in het Engels zijn daarbij belangrijk, 'zegt Penner. Begeleiders moeten bovendien interculturele vaardigheden hebben, en op de juiste momenten steun krijgen van hun instelling.
Gemeenschap en verbondenheid tijdens het promotietraject
Penners bevindingen benadrukken ook het belang van gemeenschap. Verschillende vormen van samenwerking kunnen academische en theologische eenzaamheid tegengaan en ruimte bieden voor gezamenlijk theologiseren. Deelname aan zowel contextueel vergelijkbare peergroepen als interculturele onderzoeksgemeenschappen helpt om gevoelens van afstand te verminderen.
Implicaties voor universiteiten en begeleiders
Voor universiteiten zijn de implicaties duidelijk. Penner stelt: ‘Programma’s en ondersteuningsstructuren moeten aansluiten bij de achtergronden, omstandigheden en vooropleiding van studenten. Instellingen moeten ook de extra druk op begeleiders erkennen en passende professionele ontwikkeling bieden.’
Rol van geloofsgebonden organisaties
Ook geloofsgebonden organisaties spelen een rol. ‘Kerken en wetenschappelijke netwerken kunnen bijdragen aan de integrale vorming van deze “leraars van de Kerk”,’ concludeert Penner met name door hun academische, geestelijke en missionaire ontwikkeling te ondersteunen.
Onderzoeksaanpak en methodologie
Het onderzoek is gebaseerd op gesprekken met 22 internationale promovendi die parttime werken en vooral uit landen van de voormalige Sovjet-Unie komen. Met een interpretatieve fenomenologische benadering, die zich richt op de persoonlijke ervaringen en beleving, laat het onderzoek gedetailleerd zien hoe zij hun promotietraject doorlopen in moeilijke en vaak onzekere omstandigheden.