Het wereldwijde gebruik van AI groeit razendsnel. De Vries-Gao liet eerder al zien wat dat betekent voor het energieverbruik en voor de wereldwijde CO₂- en watervoetafdruk van deze technologie. In zijn nieuwe onderzoek, gepubliceerd in Resources, Conservation and Recycling, bekeek hij een andere consequentie van de toename van het gebruik van AI; al het elektronische afval dat gemoeid is met deze technologie. Eén van de conclusies is dat dit in 2030 jaarlijks ongeveer131-224.8 kiloton aan afval oplevert. “Dat staat gelijk aan de totale jaarlijkse e-waste van landen als Denemarken, Noorwegen of Oostenrijk. We hebben het dus over grote afvalstromen,” aldus de datawetenschapper.
Lager dan eerdere ramingen
De Vries-Gao haakt hiermee in op een eerdere studie die voorspelde dat de totale e-waste van AI-systemen richting 2030 kan oplopen tot vijf miljoen ton. De VU-wetenschapper kwam dus tot een lager getal van e-waste. Hij deed dit door een schatting te maken hoeveel AI-servers er überhaupt gemaakt kunnen worden, terwijl eerdere schattingen hier weinig rekening mee hielden. Op basis van de nu beschikbare data suggereert hij daarnaast dat de eerder aangenomen levensduur van deze apparatuur van drie jaar te pessimistisch is en de apparatuur in de praktijk waarschijnlijk langer meegaat. Hierdoor vallen de afvalstromen fors lager uit dan in eerdere schattingen."
Kantekening
Dat het aantal e-waste lager uitvalt dan verwacht is volgens de Vries-Gao geen reden voor geruststelling. “AI brengt nog steeds ontzettend veel afval met zich mee. Daarom blijft het belangrijk om in te zetten op een langer gebruik van deze materialen, hoogwaardige recycling en om beter gegevens te verzamelen om dit nog beter in kaart te kunnen brengen.” De grote bedrijven achter de datacenters hebben volgens De Vries-Gao hier een verantwoordelijkheid in: “Zonder meer openheid blijft het risico bestaan dat de omvang en daadwerkelijke impact onderschat wordt. Daar is nog veel te winnen.”