Hoe kan beter worden voorspeld welke vorm van een eiwit actief is bij ziekte? Dat is de centrale vraag in het nieuwe onderzoeksproject NextBio, onder leiding van bioanalytisch scheikundige Anouk Rijs van de Vrije Universiteit Amsterdam. Het project ontvangt hiervoor subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Eiwitten spelen een belangrijke rol in het menselijk lichaam en vormen ook de basis van veel moderne geneesmiddelen. Eén eiwit kan echter in verschillende vormen voorkomen. Deze zogenoemde proteoformen kunnen onderling verschillen in structuur en werking. Juist die verschillen kunnen bepalend zijn voor het ontstaan of verloop van een ziekte én voor de werking van een geneesmiddel.
Met NextBio ontwikkelen onderzoekers nieuwe, geavanceerde analysemethoden om deze verschillende eiwitvormen nauwkeurig in kaart te brengen. Daarmee willen zij beter begrijpen welke proteoformen betrokken zijn bij ziektemechanismen. Die kennis kan vervolgens worden gebruikt om gerichter nieuwe biotherapeutische geneesmiddelen te ontwikkelen.
Van eiwitonderzoek naar behandeling
Het onderzoek richt zich onder meer op bloedstollingsstoornissen en neurodegeneratieve ziekten. Door beter vast te stellen welke eiwitvormen een rol spelen bij deze aandoeningen, hopen de onderzoekers nieuwe aanknopingspunten voor behandelingen te vinden.
De onderzoekers verwachten dat een beter begrip van eiwitvariatie uiteindelijk kan bijdragen aan de ontwikkeling van effectievere en gerichtere biotherapeutica. Daarmee kan het onderzoek op langere termijn relevant worden voor patiënten met aandoeningen waarvoor nog niet voor alle ziekteprocessen geschikte behandelingen beschikbaar zijn.
Van wetenschappelijke ontdekking naar praktische innovatie
NextBio is onderdeel van de NWO-KIC-call Biochemical Diversity. Het Kennis- en Innovatieconvenant (KIC) van NWO is gericht op onderzoek dat bijdraagt aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Door kennisinstellingen, bedrijven en andere organisaties samen te brengen, wil NWO de stap van wetenschappelijke ontdekking naar praktische innovatie verkorten.
Het project brengt wetenschappers uit verschillende disciplines samen, waaronder eiwitgeneesmiddelproductie, biochemie, analytische chemie en therapieontwikkeling. Hoogleraar Analytics van Biomoleculaire Interacties Anouk Rijs leidt het consortium en coördineert het interdisciplinaire onderzoek.
Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, waaronder hoogleraar Biomoleculaire Analyse Govert Somsen, werken samen met Mettine Bos van het Leids Universitair Medisch Centrum. Ook verschillende bedrijven en technologiepartners zijn bij het project betrokken, waaronder VarmX, VectorY, Thermo Fisher, CMP Scientific, Tosoh en MSVision.
De samenwerking moet ervoor zorgen dat nieuwe wetenschappelijke kennis sneller kan worden vertaald naar toepassingen in de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen.