Emoties tijdens het leren van een tweede taal zijn niet willekeurig en staan niet vast. Ze veranderen van moment tot moment volgens herkenbare patronen. Beschouw leerlingen daarom niet te snel als angstig of ongemotiveerd, maar speel in op de momenten waarop spanning of verveling ontstaat, zegt computationeel cognitiewetenschapper Peng Wang.
Emoties veranderen tijdens het leren
Emoties zoals angst, plezier en verveling worden bij taalonderwijs vaak gemeten met een eenmalige vragenlijst. Het onderzoek van Wang laat zien dat dit niet genoeg is om duidelijk te maken hoe gevoelens zich ontwikkelen tijdens een gesprek, les of langere leerperiode.
‘In mijn onderzoek onderzocht ik emoties daarom als processen die zich in de tijd ontwikkelen. De centrale vraag was hoe taalemoties van moment tot moment en van dag tot dag veranderen, of daarin herkenbare en voorspelbare patronen bestaan en of ondersteuning op het juiste moment negatieve gevoelens kan verminderen,’ vertelt Wang.
De resultaten laten zien dat emoties tijdens het leren van een taal niet vaststaan en ook niet willekeurig veranderen. ‘Spreekangst bestaat uit korte, terugkerende momenten die binnen enkele seconden kunnen opkomen en weer verdwijnen,’ aldus Wang.
Spreken in een tweede taal zorgt voor meer spanning
Het onderzoek laat zien dat spreken in een tweede taal gemiddeld tot meer en langdurigere spanning leidt dan spreken in de moedertaal. Tegelijkertijd lijkt het onderliggende samenspel tussen gevoelens, lichamelijke reacties en vertrouwen in de eigen taalvaardigheid in beide talen hetzelfde te zijn.
Ook in het dagelijks taalonderwijs waren duidelijke patronen zichtbaar. Verschillen binnen dezelfde leerling waren groter dan verschillen tussen leerlingen. Taalleerders wisselden tussen verschillende combinaties van angst, plezier en verveling.
Wang: ‘De meest voorkomende situatie was daarbij niet extreme spanning, maar een rustige, enigszins prettige leerervaring.’
Emoties blijken deels voorspelbaar
Wangs onderzoek laat bovendien zien dat de volgende emotionele toestand van een taalleerder redelijk nauwkeurig kan worden voorspeld. Met recente informatie over iemands emoties en leersituatie konden ook veranderingen in de ervaren taalvaardigheid worden voorspeld.
‘Dat betekent dat emoties kunnen worden gezien als tijdelijke, gestructureerde onderdelen van het leerproces en geen onveranderlijke eigenschappen van leerlingen,’ legt Wang uit.
Voor het taalonderwijs kan dat een andere manier van kijken naar leerlingen betekenen. ‘In plaats van iemand permanent als angstig of ongemotiveerd te beschouwen, kunnen docenten letten op het moment waarop spanning of verveling ontstaat.’
Korte ademhalingsoefening kan helpen
Wang geeft een concreet voorbeeld: ‘Een korte ademhalingsoefening vóór een spreekopdracht, tijdens een lange oefensessie of vlak vóór een toets verminderde de angst vooral direct rond het leermoment. Herhaalde oefening hielp bovendien voorkomen dat angst en verveling zich verder opstapelden.’
In de toekomst kunnen vrijwillige en privacy vriendelijke leerapps hier mogelijk een rol spelen door een korte pauze, ademhalingsoefening of reflectievraag aan te bieden, wanneer recente ervaringen wijzen op oplopende spanning. ‘Niet om de leerlingen te controleren, maar om hulp te bieden op het moment dat deze het meest bruikbaar is,’ benadrukt Wang.
Onderzoek naar taalemoties
Wangs onderzoek combineert theorie, laboratoriumonderzoek, dagelijkse herhaalde metingen en een interventiestudie.
In het eerste deel hielden veertig Nederlands-Engelse deelnemers korte toespraken in beide talen. Tijdens het spreken werden hun hartslag en huidgeleiding gemeten. Daarna bekeken de deelnemers hun opname en beoordeelden zij van seconde tot seconde hun angst en ervaren taalvaardigheid.
In een tweede studie rapporteerden 92 taalleerders gedurende 21 dagen meerdere keren per dag hun angst, plezier, verveling, ervaren taalvaardigheid en leersituatie. Dat leverde 6.918 afzonderlijke leermomenten op.
Met tijdreeksanalyse en machine learning werden vervolgens patronen onderzocht en volgende emotionele toestanden voorspeld. Tot slot werd in een gerandomiseerde studie van twintig dagen onderzocht of korte ademhalingsoefeningen rond taalleermomenten angst en verveling konden verminderen.
De bevindingen wijzen op een benadering waarin taalonderwijs niet alleen rekening houdt met wie een leerling is, maar ook met wat die leerling op een bepaald moment ervaart.