Nederlandse onderzoeksinstellingen krijgen per 1 januari 2027 een nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit. Jeroen de Ridder, hoogleraar filosofie en vice-decaan onderzoek aan de Faculteit Sociale en Geesteswetenschappen, leidde de commissie die de code uit 2018 herzag. De nieuwe gedragscode bouwt voort op de sterke punten van de bestaande code en komt voort uit de kennissector zelf, die daarmee haar verantwoordelijkheid neemt voor integer onderzoek.
De vijf centrale principes – eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid – blijven hetzelfde. De standaarden voor integere onderzoekspraktijken zijn vereenvoudigd – het aantal is teruggebracht van 61 naar 41 – en meer gericht op hoe wetenschappelijke integriteit positief invulling krijgt dan op wat er niet mag. De nieuwe code legt de nadruk op de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor integriteit en breidt de zorgplichten voor de instellingen uit. Ook is de uitleg van de klachtenprocedure verbeterd.
Basis voor vertrouwen
De NGWI is het centrale ijkpunt voor integer onderzoek voor onderzoekers aan Nederlandse universiteiten, academische ziekenhuizen, hogescholen en andere onderzoeksinstellingen en -instituten. Wetenschappelijke integriteit zorgt ervoor dat onderzoekers op elkaars resultaten kunnen vertrouwen en verder bouwen en vormt de basis voor publiek vertrouwen in onderzoek en voor maatschappelijke impact.
De hele breedte
De code is bedoeld voor alle soorten van onderzoek en disciplines, het hele spectrum van fundamenteel tot toegepast en praktijkgericht onderzoek en zowel publiek als privaat gefinancierd onderzoek. Hij bestrijkt alle fases van onderzoek: van ontwerp tot uitvoering, verslaglegging, peer review en communicatie. Ook bij het gebruik van technologieën, zoals AI, horen onderzoekers de principes en standaarden uit de code te volgen.
Een gezonde onderzoekscultuur
De code bespreekt dat instellingen verantwoordelijk zijn voor een werkomgeving die integere onderzoekspraktijken stimuleert en beschermt. Ze hebben daarom zorgplichten om wetenschappelijke integriteit in de organisatie en het beleid te verankeren. Bestuurders en leidinggevenden horen de standaarden en principes uit de code actief uit te dragen en wetenschappelijke integriteit moet een terugkerend onderwerp van gesprek zijn op de werkvloer en andere lagen van de organisatie.
Wanneer er vermoedens zijn dat de wetenschappelijke integriteit geschonden is, dienen deze zorgvuldig onderzocht te worden via een geijkte klachtenprocedure. De code geeft hiervoor richtlijnen aan bestuurders, onderzoekers en andere betrokkenen en bakent af wat voor maatregelen er getroffen kunnen worden als vastgesteld is dat de code niet is nageleefd.
Organisaties achter de code
De code wordt onderschreven door UNL, UMCNL, NWO, de TO2-federatie, de VH en de KNAW. Deze organisaties gaven een breed samengestelde commissie opdracht de code te herzien. Jeroen de Ridder, hoogleraar filosofie en vice-decaan onderzoek aan de Faculteit Sociale en Geesteswetenschappen, was voorzitter van de commissie.
Volgens De Ridder is een actuele gedragscode juist nu belangrijk: “In een tijd waarin maatschappelijk vertrouwen in wetenschap her en der onder druk staat en de razendsnelle ontwikkeling van AI overal in het onderzoek doordringt, moet wetenschappelijke integriteit hoog in het vaandel staan. De herziene code benadrukt dat dit een verantwoordelijkheid is van onderzoekers, teams, leidinggevenden en instellingen samen. Wetenschappelijke integriteit moet handen en voeten krijgen in de dagelijkse praktijk de academische cultuur."
Hele publicatie: Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit 2027