Mycorrhizale schimmels leven in symbiose met plantenwortels, wisselen nutriënten uit voor koolstof, ondersteunen de landbouwproductie en dragen bij aan koolstofopslag in bodems. Toch weten we nog weinig over waar deze schimmels voorkomen, hoe hun biodiversiteit is verdeeld en hoe ze reageren op landgebruik en klimaatverandering.
Stewart onderzocht waar de ondergrondse schimmeldiversiteit het hoogst is en welke factoren deze patronen bepalen. Hen gebruikte AI-modellen om bijna 3 miljard DNA-sequenties uit duizenden bodemmonsters te koppelen aan satellietgegevens. Zo kon de schimmeldiversiteit wereldwijd in kaart worden gebracht.
Hotspots slecht beschermd
Uit de modellen bleek dat de meeste wereldwijde hotspots van schimmeldiversiteit slecht worden beschermd: minder dan 10 procent overlapt met beschermde natuurgebieden. Daarom ontwikkelde Stewart een wereldkaart waarin staat welke gebieden prioriteit hebben bij het bemonsteren van schimmels. Deze kaart laat zien dat meer dan 70 procent van de ecosystemen nog onvoldoende onderzocht is.
Daarnaast laat hen zien dat de belangrijkste oorzaken van verschillen in schimmeldiversiteit afhangen van de ruimtelijke schaal. Op mondiale schaal speelt klimaat de grootste rol, terwijl op kleinere schalen lokale interacties tussen klimaat en landgebruik bepalen welke schimmels rond wortels voorkomen.
Stewart: “Mijn onderzoek laat zien dat ondergrondse biodiversiteit een cruciaal maar vaak onzichtbaar onderdeel is van de gezondheid van onze planeet. Mycorrhizale schimmels spelen daarin een onevenredig grote rol, omdat zij ecosystemen, landbouw en koolstofopslag ondersteunen. Tot nu toe ontbrak echter bruikbare, grootschalige informatie over waar deze schimmels voorkomen en welke bedreigingen zij ervaren. Vergelijk het met een wereld waarin we niet zouden weten waar het Amazone-regenwoud ligt, of waar de grootste risico’s voor zijn biodiversiteit zich bevinden.”
Underground Atlas
Stewart maakt de kaarten en analyses beschikbaar via het platform Underground Atlas, van de Society for Protection of Underground Networks (SPUN). Zo worden de gegevens toegankelijk voor beleidsmakers, terreinbeheerders en natuurbeschermers. Zij kunnen deze kaarten gebruiken om bedreigde ondergrondse hotspots beter te beschermen, herstelprojecten te richten op kwetsbare regio’s en landbouw duurzamer te maken.
Stewart: “Op korte termijn kunnen deze inzichten helpen bij het prioriteren van beschermde gebieden. Op langere termijn ondersteunen ze internationaal natuur- en klimaatbeleid dat ook het bodemleven meeneemt.”
Stewart verdedigt diens promotieonderzoek op 10 februari.