Het huidige landschap in Noord-Vlaanderen is grotendeels ontstaan door de eeuwenlange wisselwerking tussen getijprocessen en militaire ingrepen, blijkt uit historisch-geografisch onderzoek van Marc Buise. Het landschap bepaalde de militaire strategie, terwijl militaire inundaties het landschap op hun beurt blijvend vormden.
In zijn onderzoek staat de geschiedenis van de waterlinies langs de zuidoever van de Westerschelde centraal. 'Tussen circa 1300 en 1945 maakten de schorren, slikken, getijgeulen en onder water gezette polders hier deel uit van een verdedigingssysteem.'
Militaire ingrepen en natuurlijke processen vormden samen het landschap
Eeuwenlang maakten militaire inundaties in Noord-Vlaanderen gebruik van de specifieke kenmerken van het landschap. Vooral het buitendijkse gebied met schorren, slikken en getijgeulen speelde daarbij een belangrijke rol. 'Veiligheid achter water was alleen mogelijk dankzij een voortdurende wisselwerking tussen natuurlijke processen en militair handelen', aldus Buise.
Buises onderzoek laat zien dat na het doorsteken van de zeedijken tussen 1583 en 1586 een grotendeels buitendijkse waterlinie ontstond, die tot in de achttiende eeuw met uiteenlopende ingrepen in stand werd gehouden.
Naarmate meer gebieden werden bedijkt, verschoof het zwaartepunt naar binnendijkse waterlinies. Daarbij bepaalden militairen de voorwaarden voor de inrichting van het landschap, terwijl de bodemopbouw en het getij tegelijkertijd de mogelijkheden voor militaire operaties begrensden.
Buise: 'De ontwikkeling van de waterlinies werd niet alleen gestuurd door militaire keuzes, maar ook door de werking van het getij, sedimentatie en erosie.'
Noord-Vlaanderen binnen het netwerk van waterlinies
Hoewel Noord-Vlaanderen deel uitmaakt van een groter netwerk van waterlinies in de Lage Landen, onderscheidt het gebied zich door de ligging op de grens van België en Nederland en de invloed van de Westerschelde.
'De hoogwaterstanden, het grote verschil tussen hoog- en laagwater, in combinatie met sedimentatie en erosie, gaf het landschap zowel buitendijks als in de bedijkte polders een eigen dynamiek die de ontwikkeling van de waterlinies sterk beïnvloedde', aldus Buise.
Historische kaarten, archieven en veldonderzoek
Voor zijn onderzoek bestudeerde Buise historische archieven, geschreven bronnen en een grote verscheidenheid aan kaarten. Daarnaast verifieerde hij historische gegevens met uitgebreid veldonderzoek. De analyse van getijprocessen bouwt bovendien voort op meer dan vijftig jaar praktijkervaring in het Verdronken Land van Saeftinghe.