Vluchtelingenjongeren in Nederland hebben een verhoogd risico op psychische klachten, maar maken relatief weinig gebruik van specialistische ggz. Effectieve, laagdrempelige interventies zoals Problem Management Plus kunnen helpen om jongeren eerder te ondersteunen en waar nodig door te verwijzen naar specialistische zorg. Dit blijkt uit onderzoek van klinisch psycholoog Cansu Alözkan Sever.
‘Veel jongeren met een vluchtachtergrond hebben vóór, tijdens en na hun migratie zeer stressvolle of schokkende gebeurtenissen meegemaakt. Daardoor hebben zij een verhoogd risico op psychische klachten zoals depressie, angst en posttraumatische stress,’ vertelt Alözkan Sever.
‘Toch maken deze jongeren slechts beperkt gebruik van geestelijke gezondheidszorg. Taalproblemen, stigma en moeilijkheden bij het verkrijgen van zorg kunnen daarbij een rol spelen. Als gevolg hiervan kunnen psychische problemen onopgemerkt of onbehandeld blijven.
Uit mijn onderzoek blijkt dat er effectieve psychologische interventies beschikbaar zijn voor vluchtelingenkinderen en -jongeren. Deze kunnen psychische klachten verminderen, zelfs in lage-inkomenslanden,’ aldus de onderzoekster.
Minder gebruik van specialistische ggz
Alözkan Sever’s onderzoek bracht een belangrijke kloof in de geestelijke gezondheidszorg aan het licht. ‘Migrantenjongeren maken minder gebruik van specialistische ggz dan hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten. Het is ook mogelijk dat zij bovendien vaker pas in zorg lijken te komen wanneer de problemen ernstig zijn geworden, bijvoorbeeld via spoedroutes.
Interviews laten zien met welke uitdagingen de jongeren te maken hebben. Naast psychische problemen noemen zij onder meer taalbarrières, problemen op school en de opgave om een nieuw leven op te bouwen in een onbekende samenleving.
Daarom is niet alleen de beschikbaarheid van effectieve behandelingen van belang, maar ook tijdige toegang tot passende ondersteuning,’ stelt de onderzoekster.
Problem Management Plus aangepast voor jongere
In het onderzoek werd gekeken naar de mogelijkheden van Problem Management Plus (PM+), een schaalbare psychologische interventie. Op basis van interviews met vluchtelingenjongeren, professionals en andere belanghebbenden werd PM+ vervolgens aangepast voor gebruik bij jongeren.
Daarnaast werd een nieuwe module voor emotionele verwerking ontwikkeld: PM+EP. Deze module richt zich op de emotionele verwerking van schokkende gebeurtenissen.
Alözkan Sever: ‘De eerste resultaten zijn positief. De aangepaste aanpak bleek haalbaar, aanvaardbaar en veilig. Maar er is vervolgonderzoek nodig om vast te stellen hoe effectief de nieuwe module is en welke jongeren er het meeste baat bij hebben.’
Een brug tussen informele steun en specialistische zorg
Volgens het onderzoek kunnen interventies zoals PM+ een brug slaan tussen informele steun en specialistische zorg. Jongeren krijgen daarbij praktische vaardigheden om met stress en problemen om te gaan.
‘Gezien de lange wachtlijsten en toenemende druk op de jeugd-ggz zouden dergelijke interventies kunnen bijdragen aan eerdere ondersteuning en, waar nodig, tijdig doorverwijzing naar specialistische zorg,’ zegt Alözkan Sever.
Volgens de onderzoekster onderstrepen de resultaten het belang van toegankelijke, cultureel sensitieve en laagdrempelige ondersteuning en zijn de bevindingen van het onderzoek relevant voor professionals in de ggz, beleidsmakers, scholen, gemeenten en organisaties die werken met jongeren met een vlucht- of migratieachtergrond.
Verschillende onderzoeksmethoden
Om psychische klachten onder vluchtelingenjongeren in Nederland in kaart te brengen en aan te pakken, gebruikte Alözkan Sever verschillende onderzoeksmethoden.
Een systematische review en meta-analyse werd uitgevoerd naar de effectiviteit van psychologische interventies voor kinderen en adolescenten in lage- en middeninkomenslanden. Daarnaast werden landelijke registergegevens geanalyseerd om het gebruik van gespecialiseerde ggz onder jongeren met een migratieachtergrond en hun in Nederland geboren leeftijdsgenoten in Nederland te onderzoeken.
Ook werd kwalitatief onderzoek uitgevoerd onder vluchtelingenjongeren en andere belanghebbenden. Hun ervaringen en cultureel relevante uitingen van psychische problemen werden gebruikt om de generieke PM+-interventie aan te passen en de nieuwe module voor emotionele verwerking te ontwikkelen.
Ten slotte werd een pilotstudie uitgevoerd met zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Deze studie omvatte een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) en een kwalitatieve procesevaluatie om de haalbaarheid, aanvaardbaarheid en veiligheid van de aangepaste PM+EP-interventie te onderzoeken.