De tienerjaren zijn een periode van grote veranderingen. Jongeren ontwikkelen zich lichamelijk, emotioneel en sociaal, terwijl de invloed van leeftijdsgenoten steeds groter wordt. Het onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Rebecca van Rijn laat zien dat die fase zowel risico’s als kansen met zich meebrengt: jongeren die afwijken van hun leeftijdsgenoten blijken kwetsbaarder voor mentale problemen, maar tegelijkertijd zijn jongeren vaak bereid om persoonlijke risico’s te nemen om anderen te helpen.
Uit Van Rijns onderzoek blijkt dat jongeren die zich anders ontwikkelen dan hun leeftijdsgenoten, bijvoorbeeld doordat zij eerder in de puberteit komen, vaker last hebben van angst- en depressieve klachten. Vooral meisjes blijken hiervoor gevoelig. Afwijken van de groep kan jongeren kwetsbaar maken voor negatieve sociale ervaringen en gevoelens van afwijzing.
Prosociaal risicogedrag
Tegelijkertijd werpt het onderzoek een nieuw licht op risicogedrag onder jongeren. Waar risicogedrag traditioneel vooral wordt gezien als iets negatiefs, richtte Van Rijn zich op zogenoemd prosociaal risicogedrag: situaties waarin jongeren risico’s nemen om anderen te helpen. Denk bijvoorbeeld aan het opnemen voor een klasgenoot die wordt gepest, ook als dat ten koste kan gaan van hun eigen positie binnen de groep.
Een belangrijke bevinding is dat empathie daarbij een sleutelrol speelt. Jongeren die zich goed kunnen inleven in anderen, blijken vaker bereid om zulke prosociale risico’s te nemen. Daarnaast laat het onderzoek zien dat verschillende vormen van risicogedrag met elkaar samenhangen. Jongeren die geneigd zijn risico’s te nemen, doen dat niet alleen in negatieve situaties, maar zetten die eigenschap ook in om anderen te ondersteunen.
“Dit vraagt om een bredere kijk op jongeren en hun gedrag. Mijn resultaten laten zien dat jongeren niet alleen kwetsbaar zijn of impulsieve keuzes maken, maar ook over een groot sociaal potentieel beschikken. Dat inzicht is relevant voor ouders, docenten en beleidsmakers, die zich vaak richten op het beperken van problematisch gedrag,” aldus Van Rijn.
Stimuleer positief gedrag actief
De maatschappelijke impact van de bevindingen ligt vooral in de mogelijkheden om positief gedrag actief te stimuleren. Scholen kunnen daarin een belangrijke rol spelen door een veilige omgeving te creëren waarin opkomen voor anderen wordt aangemoedigd. Klassengesprekken over pesten, het oefenen van sociale vaardigheden via rollenspellen en het waarderen van betrokken gedrag kunnen jongeren helpen om zich uit te spreken wanneer dat nodig is.
De resultaten sluiten bovendien aan bij bredere maatschappelijke ontwikkelingen, waarin jongeren steeds vaker zichtbaar zijn in discussies over sociale en maatschappelijke kwesties. Het onderzoek van Van Rijn biedt nieuwe inzichten in wat jongeren motiveert om voor anderen op te komen, zelfs wanneer daar persoonlijke risico’s aan verbonden zijn. Daarmee draagt het bij aan een beter begrip van hoe jongeren de balans vinden tussen sociale kwetsbaarheid en de kansen om een positieve bijdrage te leveren aan hun omgeving.