Tekst: Jasmijn van Holsteijn | Foto: David Meulenbeld
Hoe is het om na meer dan veertig jaar terug te zijn op de Vrije Universiteit Amsterdam?
‘Het rare is dat ik me weer student voel als ik binnenloop. Tijdens mijn studie bedrijfskunde aan de VU voelde het alsof ik werd opgenomen in een grote familie. Ik werd geaccepteerd voor wie ik was. Mijn studietijd heeft me een nieuw leven gebracht.
Die fijne sfeer van toen voel ik nog steeds. Wat me zo aanspreekt bij de VU is dat het een plek is waar mensen met allerlei achtergronden samenkomen, waar verschillen worden geaccepteerd en onderwerpen kritisch worden benaderd. In het bedrijfsleven is het vaak wat haastiger en ongenuanceerder: je hebt gelijk of ongelijk.’
Je hebt een lange carrière achter de rug in de financiële sector. Wat neem je daarvan mee naar deze functie?
‘Tijdens mijn 35 jaar bij PwC werkte ik met klanten over de hele wereld, van Azerbeidzjan tot China en Frankrijk. Ik herinner me nog goed een diner in de Eiffeltoren met tweehonderd klanten en partners uit verschillende landen. Ondanks de culturele verschillen waren we met dezelfde vragen bezig. Ja, we spraken een andere taal, hadden andere gewoonten en lachten anders, maar verder waren we allemaal hetzelfde.
Die open blik neem ik mee naar de VUvereniging. In de vereniging komen ook mensen met uiteenlopende achtergronden, ideeën en belangen samen. Dan is het belangrijk om naar elkaar te luisteren en niet meteen een standpunt in te nemen.’
'De vraag is niet alleen wat iets kost, maar vooral: hoe zet je financiële middelen zo in dat ze bijdragen aan wat de VUvereniging wil bereiken?'
Wat is je indruk van de VUvereniging?
‘Wat me opvalt is het enthousiasme binnen de Ledenraad en het bestuur. In het begin dacht ik: wie zijn wij als VUvereniging naast die grote VU? Maar ik merk dat het College van Bestuur ons serieus neemt en dat er naar ons wordt geluisterd.
Wat ik sterk vind aan de VUvereniging is haar positie tussen universiteit en samenleving. We kunnen jaarlijks een miljoen inzetten voor projecten. Daarmee kun je echt iets betekenen en onderwerpen op de agenda zetten waar de VU zelf geen geld voor kan vrijmaken.’
Hoe zie je je functie als penningmeester?
‘Bij het woord penningmeester denken veel mensen waarschijnlijk aan boekhouden. Natuurlijk ben ik verantwoordelijk voor de financiële kant, maar ik zie mezelf vooral als een bestuurslid met een specialiteit in financiën. Ik zit niet alleen aan tafel om naar de cijfers te kijken, maar ook om mee te denken over de koers van de VUvereniging. De vraag is niet alleen wat iets kost, maar vooral: hoe zet je financiële middelen zo in dat ze bijdragen aan wat de VUvereniging wil bereiken?
We zijn geen uitkeringsfonds voor subsidies. En we willen niet vooral geassocieerd worden met een pot van een miljoen die wordt verdeeld. Het geld is een middel waarmee we onze doelen makkelijker kunnen bereiken. Daarmee maken we initiatieven mogelijk die anders blijven liggen, maar wel belangrijk zijn voor de universiteit en de samenleving.’
'Maar soms moet je durven kiezen voor projecten met meer impact, ook als daar een hogere investering tegenover staat'
Wat wil je in deze termijn bereiken?
‘Ik zou graag nog scherper kijken naar impact. Aanvragen die binnenkomen van 20.000, 50.000 of 100.000 euro zijn vaak allemaal waardevol. Maar soms moet je durven kiezen voor projecten met meer impact, ook als daar een hogere investering tegenover staat. Die balans wil ik beter bewaken: een combinatie tussen kleinere en grotere projecten mogelijk maken.’
Hoe neem je beslissingen bij complexe financiële vraagstukken?
‘Door afstand te nemen. Toen ik nog bij PwC werkte, ging ik vaak naar de bovenste verdieping van het kantoor als ik met ingewikkelde vraagstukken bezig was. Het wijde uitzicht hielp me om anders naar een probleem te kijken en het bracht me op nieuwe ideeën. Dat doe ik hier bij Reanda Netherlands op de negende verdieping nog steeds. Of ik ga hardlopen. Ik zeg weleens tegen mijn vrouw: aan het einde van zo’n rondje heb ik misschien niet alles opgelost, maar ik heb er wel vrede mee. Het helpt me om zaken in perspectief te plaatsen.’